Ik ben Nieuwegein
Nieuwegein op de kaart
Betere Buurten
Buurtaanpak Sluyterslaan
Klimaatneutraal 2040
Winkelvisie
Omgevingsvisie

Veelgestelde vragen

De komende 20 jaar gaat Nieuwegein over op een andere warmtevoorziening. We gebruiken dan geen aardgas meer. Dat hoort bij een landelijke afspraak: heel Nederland stapt op termijn over op duurzame energie. Dat doen we voor onze huidige en toekomstige generaties.

Het is een grote verandering voor iedereen. Zowel voor mensen die op gas koken en een cv-ketel hebben, als voor mensen die aangesloten zijn op de stadsverwarming. En zowel voor woningeigenaren als voor voor huurders. We bekijken hoe en in welke volgorde buurten in Nieuwegein van het aardgas af gaan. En wat per buurt de alternatieven zijn. Het gebeurt in kleine stappen. Lees er meer over in Routekaart Energieneutraal 2040.

Van de woningen in Nieuwegein is ongeveer 50% aangesloten op stadsverwarming van Eneco. Ook de stadsverwarming zal aardgasvrij moeten worden. Een van de mogelijke alternatieven voor aardgas is aardwarmte (geothermie). Ook deze mogelijkheid wordt op dit moment onderzocht. Warmtebron Utrecht (WBU) voert dit onderzoek uit. WBU is een consortium van onderzoeksinstituten en bedrijven.

Aardwarmte is energie uit de ondergrond om huizen en gebouwen te verwarmen. Het grondwater in de aardlagen op een diepte van 2.700 meter heeft een temperatuur van zo’n 85°C. Als dit wordt opgepompt, kan daar warmte uit gehaald worden. Het afgekoelde water gaat terug in de bodem, naar dezelfde aardlaag. Daar warmt het weer op. Dit is een bron van energie die zichzelf hernieuwt. Via de leidingen van de stadsverwarming kan de warmte vervolgens van de bron naar huizen en gebouwen.

Aardwarmte is op dit moment een van de meest duurzame bronnen voor warmte. Het duurt ongeveer 2 tot 3 productiemaanden voordat de hoeveelheid energie die nodig is voor de boring is gecompenseerd. Dit blijkt uit gegevens uit 2014. Hetzelfde geldt voor de hoeveelheid CO2 die is uitgestoten naar aanleiding van de bouw van de aardwarmte-installatie. Voor het gebruik van aardwarmte kun je een COP berekenen. Dat is het prestatie-coëfficiënt, ofwel: het rendement. Het is de hoeveelheid energie die de inzet van aardwarmte oplevert, in verhouding tot de hoeveelheid energie die nodig is om het te winnen. Bij aardwarmte wordt over het algemeen gerekend met een gemiddelde COP van 30. Dit betekent dat er 30 keer meer energie uit de bron gehaald wordt (in de vorm van warmte) dan dat de bron aan elektriciteit verbruikt.

Behalve het COP is ook een EOR te berekenen. Dat betekent: het equivalent opwekkingsrendement. Bij de winning van aardwarmte is er een bijvangst. Die bestaat uit delfstoffen, veelal gas, die met het geothermische water meekomen. Als de bijvangst wordt meegerekend, is het EOR van aardwarmte ongeveer 580%.

Gemeente Nieuwegein wil een goede duurzame warmtevoorziening borgen op 2 manieren:  Het verduurzamen van stadswarmte door duurzame bronnen zoals aardwarmte toe te voegen (en dus woning op stadswarmte te verduurzamen zonder werk van bewoners). Hierop is 51% van de huidige Nieuwegeinse woningen aangesloten. Aardwarmte is bovendien een van de weinige duurzame bronnen die zogenaamde hoge temperatuur-warmte levert en daardoor direct aan te sluiten ons huidige stadswarmtenet, dat ook op hoge temperatuur werkt. De tweede is, woningen op aardgas verduurzamen door een alternatief voor aardgas te ontwikkelen zoals een warmtepomp of aansluiting op het warmtenet/stadswarmte.

In Nederland zijn nu 24 aardwarmte-installaties. Op dit moment wordt aardwarmte voor het grootste gedeelte toegepast in de glastuinbouw. De belangstelling voor aardwarmte, als duurzame energiebron voor de verwarming van woningen en industrie, stijgt de laatste jaren. De overheid zorgt dat de regels beter aansluiten op de aardwarmte-praktijk. Er zijn stimuleringsmogelijkheden én ook komen er steeds meer warmtenetten beschikbaar.

Er bestaat een nieuwe onafhankelijke instantie voor inwoners en organisaties: het Informatie en Consultatie Orgaan (ICO) Aardwarmte. Dit platform biedt objectieve informatie en onafhankelijk advies over lopende projecten op het gebied van aardwarmte. Voor meer informatie kunt u terecht op Ico-aardwarmte.nl.

Allesoveraardwarmte.nl is een site vanuit de sector waar veel informatie op te vinden is.

Omdat de eerste boring voor project Lean een onderzoekskarakter heeft. Om jargon te voorkomen is dit vertaald naar een ‘proefboring’. Technisch is er echter geen verschil met een gewone boring. Als de proefboring uitwijst dat doorgaan met het initiatief niet wenselijk is, wordt het project gestopt.
Mocht de eerste boring succesvol zijn en gaat het project door, dan is deze boring niet voor niets geweest. Deze put kan dan gebruikt worden als helft van het toekomstige winningssysteem. Er komt dan nog wel een tweede boring. In totaal zijn namelijk 2 putten nodig: een productieput waarmee het warme water naar boven wordt gehaald en een injectieput waarmee het afgekoelde water wordt teruggebracht naar dezelfde aardlaag zodat het weer opwarmt. Deze 2 putten vormen samen een ‘doublet’.

Onderzoeksproject Lean van Warmtebron gaat op zoek naar duurzame aardwarmte in de provincie Utrecht. Onder een deel van Nieuwegein ligt een geschikte aardlaag om aardwarmte uit te winnen. Er is meer dan voldoende warmtevraag in Nieuwegein en er is al een warmtenet. Aardwarmte past goed bij het Nieuwegeinse warmtenet, omdat deze voldoet aan hoge temperatuurverwarming. Daarbij ligt de aanvoertemperatuur tussen de 75 en 85°C. Woningen in Nieuwegein zijn grotendeels ingesteld op hoge temperatuurverwarming. Bij een verwarmingssysteem met lage temperatuurverwarming (LTV) ligt de aanvoertemperatuur van het water tussen de 35 en 55°C. Uit onderzoek van TNO en de Universiteit van Utrecht blijkt dat de ondergrond ten zuiden van de stad Utrecht gunstig is voor de mogelijkheden van aardwarmte in de provincie.

In 2019 kreeg Warmtebron Utrecht een opsporingsvergunning van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Dat betekent dat in een afgebakend zoekgebied rondom Utrecht gezocht mag worden naar geschikte aardwarmtebronnen. Daarbij ging het om de gemeenten Bunnik, De Bilt, Houten, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht, Woerden en Zeist. De enige manier om duidelijkheid te krijgen over de vraag of er aardwarmte te winnen valt, is door een boring uit te voeren waarmee het onderzoek in de ondergrond wordt voortgezet.

De warmte die in de bebouwde omgeving mogelijk is te winnen, kan direct aan de warmtevraag worden gekoppeld via het warmtenet. Aardwarmte wordt bij voorkeur gewonnen in de omgeving waar de warmte ook wordt gebruikt, zodat je deze niet over (grote) afstanden hoeft te vervoeren. Het grootste deel van het winningsproces gebeurt ondergronds. Het vervoeren van warmte over langere afstanden heeft grote invloed op de economische en duurzame kant. Daardoor kan het minder aantrekkelijk of onmogelijk worden het project te realiseren.

De bodemverzakking in Nieuwegein komt door inklinking van de ondiepe ondergrond door veenlagen, op enkele tientallen meters diepte. Door aardwarmteproductie zal de bodem niet extra gaan dalen. Dat komt omdat er evenveel koud water de diepe ondergrond (2-3 kilometer) ingepompt wordt, als dat er warm water uit gehaald wordt. Het is een ‘gesloten’ systeem. Aardwarmtewinning onttrekt geen materie permanent aan de ondergrond, zoals bij delfstoffenwinning. Alleen de warmte blijft bovengronds. Hierdoor blijft de gemiddelde druk in het reservoir vrijwel onveranderd, ook na jaren van productie (zo blijkt bijvoorbeeld in het hart van Parijs, waar ze al ruim 40 jaar ervaring hebben op dit gebied). 

Op grond van de resultaten van de haalbaarheidsstudie zijn 5 locaties aangemerkt als meest haalbaar. Daarvan liggen er 3 in de gemeente Nieuwegein. Dit zijn: Galecopperwetering/A12 (N2), Tramremise West (N3a) en (Hoek Zuidstede (N11). De vierde locatie ligt aan de Nedereindseweg (R1) in Rijnenburg, de gemeente Utrecht. Deze plekken lijken het meest geschikt, alhoewel elk een uitdaging heeft. Die locaties zijn onderdeel van Lean. Hierover wordt echter pas besloten als duidelijke gemeentelijke randvoorwaarden zijn vastgesteld: het Afwegingskader. Dit doen we samen met belanghebbenden. De gemeente stelt echter eerst een afwegingskader aardwarmte vast voordat over een eventuele locatie besloten wordt.  Pas na vaststelling van het kader kan (opnieuw) een locatievoorstel worden ingediend. Dat wordt dan beoordeeld aan de hand van het afwegingskader.

Het college van de gemeente Nieuwegein heeft op 22 oktober 2019 de zogenoemde ‘model toestemming locatie-eigenaar’ getekend.

De modeltoestemming was nodig voor de aanvraag van SDE+-subsidie. SDE betekent  Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie. Het is een ministeriële regeling om de productie van duurzame energie te stimuleren. In het standaard subsidieformulier verklaart de gemeente toestemming te geven aan subsidieaanvrager Warmtebron, voor het plaatsen en exploiteren van de productie-installatie op de betreffende locatie gedurende de looptijd van de subsidie. Deze verklaring was nodig voor de subsidieaanvraag.

Deze modeltoestemming geeft uitdrukkelijk geen toestemming voor het eventueel verhuren van de grond en de voorwaarden daarvan. Warmtebron kan geen enkele rechten ontlenen aan de ondertekening. De modeltoestemming is ondertekend omdat het college verder onderzoek wil naar de mogelijkheden van aardwarmte. RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, die de aanvragen van de SDE+-subsidie beoordeelt) geeft ook aan dat de modeltoestemming niet door RVO of wie dan ook kan worden gezien als een overeenkomst.

De gemeente werkt aan een algemeen afwegingskader voor elk toekomstig initiatief voor aardwarmte in Nieuwegein. Naar verwachting neemt de gemeenteraad eind 2021 een besluit over dit kader. Als het wordt vastgesteld, kan Warmtebron (project Lean) een locatievoorstel indienen, net als eventuele nieuwe initiatieven in de toekomst. Want het kader wordt algemeen geldend voor aardwarmte in Nieuwegein.

De gemeenteraad beoordeelt een locatievoorstel aan de hand van het afwegingskader. Als het besluit positief is, volgt de verdere vergunningverlening (omgevingsvergunning, winningsvergunning, sluitingsplan). Elke vergunning kent haar eigen procedures.

Een belangrijk moment in het hele traject is de Verklaring van geen Bedenkingen. Het ministerie van EZK vraagt de gemeente hierom als onderdeel van de omgevingsvergunningprocedure.

In het concept-afwegingskader heeft de gemeente als voorwaarde opgenomen dat een initiatiefnemer een samenwerkingsovereenkomst met de gemeente afsluit. Daarmee kunnen wij beter regie voeren op het verdere verloop van een aardwarmteproject.

De gemeente heeft namens de inwoners van Nieuwegein de regierol. Het eerste formele moment dat de gemeente invloed heeft is bij de procedure voor een opsporingsvergunning die een initiatiefnemer bij het rijk moet aanvragen. Daarna volgen een gemeentelijk principebesluit over een locatievoorstel (privaatrechtelijk). Als het gemeentegrond betreft, moet de initiatiefnemer met ons een gebruiksovereenkomst aangaan. Vervolgens start pas de daadwerkelijke  aanleg en daarna de winning. Deze kennen elk hun eigen vergunningen, net als de goedkeuring die nodig is om tot sluiting over te gaan. Op alle onderdelen is het ministerie van EZK het bevoegd gezag.

Om toch regie te kunnen voeren, wil de gemeente graag actief betrokken worden bij een initiatief, minimaal vanaf het moment dat Nieuwegein concreet in beeld komt. Hiervoor vragen we aan de initiatiefnemer een Intentieovereenkomst en in later statium een samenwerkingsovereenkomst en vervolgens gebruiksovereenkomst. Laatstgenoemde overeenkomsten zijn allemaal privaatrechtelijk.

Het enige formele moment in alle vergunningenprocedures waarop inwoners de mogelijkheid hebben voor het indienen van zienswijzen, bezwaar en beroep is bij de omgevingsvergunning.

Inspraakmomenten waar inwoners gebruik van kunnen maken op gemeentelijk niveau zijn: de raadsbesluiten over een locatievoorstel, de verklaring van geen bedenkingen en een gebruiksovereenkomst (wanneer een locatie eigendom is van de gemeente). Hiervoor gelden de normale regels voor inspraak van de gemeenteraad.

Verder heeft de geothermiesector een gedragscode omgevingsbetrokkenheid aardwarmte. In het concept-afwegingskader staan randvoorwaarden om inwoners/omwonenden zorgvuldig te betrekken.

Dat is alleen als uit een eerste boring en daarop volgende test blijkt, dat winning niet geheel mogelijk is binnen de voorwaarden van de verleende omgevingsvergunning. In dat geval is een aanpassing van de vergunning nodig, waarop weer inspraak mogelijk is.

Voor de gemeente Nieuwegein staat veiligheid op de eerste plaats bij het winnen van aardwarmte en het toetsen op eventuele impact hiervan. De gemeente onderzoekt ook de gevolgen en risico’s voor de omgeving, zodat we de belangen van inwoners goed kunnen beschermen. Verschillende partijen hebben daarin een verantwoordelijkheid. Voor de veiligheid van het boren ligt er een verantwoordelijkheid bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Die beslist over het afgeven van een Omgevingsvergunning aan het bedrijf Warmtebron en toetst hun plannen op de veiligheid. Staatstoezicht op de Mijnen adviseert EZK over het al dan niet afgeven van de vergunning. De gemeenteraad laat in een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenking’ aan EZK weten wat zij van de aanvraag vindt.

De risico’s worden in de verschillende fases van het project in kaart gebracht. Een aantal van die analyses zijn verplicht en moeten worden ingediend bij de Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Denk aan algemene projectrisico’s, seismische risico’s, risico’s tijdens de boring, risico’s tijdens de productie, koolwaterstofrisico’s en werkveiligheidsrisico’s.

De kans op schade aan gebouwen door boringen of verzakkingen is vrijwel geheel uit te sluiten. Bij gasproductie wordt gas uit de bodem gehaald en kan de bodem gaan zakken. Als dat ongelijkmatig en langdurig gebeurt, kan er schade aan gebouwen optreden zoals in Groningen is gebeurd.

Door aardwarmteproductie zal de bodem niet extra gaan dalen, omdat er evenveel koud water de diepe ondergrond (2-3 kilometer) ingepompt wordt, als dat er warm water uitgehaald wordt. Het is een ‘gesloten’ systeem. Aardwarmtewinning onttrekt geen materie permanent aan de ondergrond, zoals bij delfstoffenwinning. Alleen de warmte blijft bovengronds. Hierdoor blijft de gemiddelde druk in het reservoir vrijwel onveranderd, ook na jaren van productie. Zo blijkt bijvoorbeeld in het hart van Parijs, waar ze al ruim 40 jaar ervaring hebben op dit gebied.

Bij de 20 doubletten (dubbele putten die nodig zijn voor de winning van aardwarmte) in Nederland, zijn alleen in het Limburgse Grubbervorst mogelijk aardbevingen opgetreden door geothermie. Hier werd doelbewust in een breukgebied geboord om gebruik te maken van de doorlatendheid van die breuken. De initiatiefnemer moet aantonen dat er veilig geboord kan worden en een veiligheidsplan opstellen. Daarom ziet het Staatstoezicht op de Mijnen nauwlettend toe en vindt ook monitoring plaats.

De gemeente vraagt in het concept-afwegingskader om extra garanties en afspraken over schade en veiligheid, mocht er toch onverhoopt iets gebeuren.

Voordat een boring plaats vindt, wordt een boorlocatie ingericht om mogelijke verontreiniging van het grondwater te voorkomen. Testwater wordt altijd geanalyseerd om te kijken welke stoffen erin zitten. Als het nodig is, vindt er eerst extra reiniging plaats. Door de juiste maatregelen te nemen, kan het water niet in de bodem terechtkomen.

De Provincie Utrecht heeft gesteld dat de afstand van de rand van de boringsvrije zone tot aan de boorput een zone moet zijn waarbij een verontreiniging in een watervoerend pakket er 25 jaar over doet om bij de drinkwatervoorziening aan te komen.

Als er wordt gemorst, zal de vloeistof-kerende laag op het terrein verontreinigingen voorkomen. Daarnaast moet een aparte BARMM-melding (Besluit algemene regels milieu mijnbouw) worden ingediend met een duidelijke einddatum voor de opslag van stoffen, zoals testwater. Ook moeten meerdere opties worden uitgewerkt om testwater op een milieuvriendelijke manier af te voeren en te verwerken.

De grondlaag die gebruikt wordt voor de winning van aardwarmte ligt op ongeveer 2,5 km in de ondergrond. Dat is veel dieper dan de grondwaterlagen. Daartussen zitten waterdichte klei- en steenlagen. In het boorgat komt een buis (de casing) met afdichtingen. Die zorgt ervoor dat ook hier geen water van de ene naar de andere laag kan stromen. Dit is een bekende techniek waar veel ervaring mee is opgedaan in de olie- en gaswereld, waarvoor meer dan 1.000 putten in Nederland zijn geboord.

In het opgepompte water uit de diepe ondergrond kunnen van nature licht radioactieve klei- of looddeeltjes zitten. Dit komt van nature voor in de diepe ondergrond. Dit water wordt teruggebracht in dezelfde diepe laag via de injectieput. Alleen de warmte wordt eruit gehaald. De deeltjes zijn pas een probleem als ze neerslaan en zich (massaal) ophopen in de put of in de installaties. Het gaat dan nog steeds om een lichte vorm van radioactiviteit. Deze radioactieve afvalstoffen worden net zoals ziekenhuisafval naar een erkende verwerker afgevoerd. Er is geen risico dat het warmtenet besmet raakt met radioactiviteit, omdat dit systeem via een warmtewisselaar is gescheiden van het aardwarmtesysteem.

De belangrijkste risico’s en de bijbehorende maatregelen staan op Warmtebron.nu. Het is mogelijk om via deze site aanvullende vragen te stellen.

Warmtebron Utrecht blijft aansprakelijk voor schade die ontstaat tijdens de uitvoering van de werkzaamheden en moet deze oplossen. Net als elke aannemer of elk bouwbedrijf.

Minister Wiebes van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft in zijn kamerbrief over de voortgang van geothermie aangegeven dat hij aan een nadere vormgeving van het risicobeleid voor geothermie werkt. Daarom is hij met de sector in gesprek over het thema schadeafhandeling. In lijn met landelijke kaders en afspraken willen we ook een protocol opstellen dat bewoners, bedrijven en gemeente vertrouwen geeft in het vervolg van het onderzoek.  

In de SOK (samenwerkingsovereenkomst) en de eventuele grondgebruiksovereenkomst wordt het verbinden aan een schaderegeling en een landelijk schadeprotocol opgenomen.

Bovenop het landelijke schadeprotocol en bijbehorende schaderegeling is de initiatiefnemer (of diens rechtsopvolger) verplicht om zich te verzekeren tegen bepaalde soorten schade voor een bepaalde verzekerde som, eventueel via een fonds.

Voor een overzicht van de bestaande wettelijke kaders, regelingen en recente ontwikkelingen heeft ICO Aardwarmte alle beschikbare informatie onlangs op een rij gezet in het kennisdocument Geothermie, risicobeleid en schadeafhandeling: stand van zaken juni 2020.

Cookie-instellingen
Cookie-instellingen sluiten

Cookie-instellingen

Deze website maakt gebruik van cookies. Lees meer over cookies in onze cookieverklaring.


Deze cookies verzamelen nooit persoonsgegevens en zijn noodzakelijk voor het functioneren van de website.

Deze cookies verzamelen gegevens zodat we inzicht krijgen in het gebruik en deze website verder kunnen verbeteren.

Deze cookies zijn van aanbieders van externe content op deze website. Denk aan film, marketing- en/of tracking cookies.