Duurzame warmteSamen werken aan een duurzame stad

Samen naar duurzame warmte

Gemeente Nieuwegein wil energieneutraal zijn in 2040. We gaan van het aardgas af en kiezen voor duurzame oplossingen om klimaatverandering tegen te gaan voor de huidige en toekomstige generaties. Dit betekent dat er onderzoek wordt gedaan en plannen worden gemaakt voor alternatieve bronnen om onze huizen en gebouwen te verwarmen. Het is een hele verandering voor iedereen en daarom doen we dit samen met u.

 

Terugblik: Nieuwegeinse warmteweken

 

Logo Nieuwegeinse warmtewekenHoe gaan we nu met z’n allen over op duurzaam opgewekte warmte? Daarover zijn we met u in gesprek geweest tijdens de Nieuwegeinse Warmteweken van 28 september t/m 16 oktober. Tijdens deze weken hebben we aandacht besteed aan diverse thema’s:

 

1. Plan voor duurzame warmte

De gemeente maakt samen partners en inwoners een plan om te kijken voor wijken die niet op stadsverwarming zitten. We kijken samen hoe we hier de warmte kunnen verduurzamen. In de ‘Transitievisie warmte’ komt te staan welke mogelijke oplossingen het meest kansrijk zijn.

2. Project onderzoek naar aardwarmte Warmtebron Utrecht

De helft van de woningen in Nieuwegein is aangesloten op de stadsverwarming. Eneco onderzoekt daarom verschillende opties om het warmtenet te verduurzamen. Warmtebron Utrecht onderzoekt mogelijke locaties voor het gebruik van aardwarmte. Tijdens de Nieuwegeinse Warmteweken kon u als inwoner vragen stellen over dit project. Alle gestelde vragen kunt u terugvinden onderaan de pagina.

3. Project onderzoek warmtebuffer Eneco

Eneco onderzoekt de mogelijke plaatsing van een warmtebuffer aan de Symfonielaan bij het WarmteOverdrachtStation Zuilenstein. Tijdens de Nieuwegeinse Warmteweken waren er online bijeenkomsten over dit project. Inwoners konden vragen stellen, die nu verzameld zijn onderaan deze pagina.

4. Nu al aan de slag met isoleren

Isoleren is een belangrijke stap bij het energiezuinig maken van uw huis. Dit verbetert uw comfort en verlaagt uw energierekening.

Alle verslagen van de Nieuwegeinse Warmteweken

Van elke bijeenkomst tijdens de Nieuwegeinse Warmteweken is een verslag gemaakt. Deze kunt u allemaal teruglezen via de pagina 'verslagen'.

Dit wilde u weten .. 

Natuurlijk roept de verduurzaming van onze warmte allerlei vragen op. Is aardwarmte wel veilig? Hoe blijft het betaalbaar? Daarom kunt u alle vragen die zijn gesteld tijdens de Nieuwegeinse Warmteweken hieronder teruglezen. 

Op dit moment worden ruim 50.000 woningen en bedrijven verwarmd met stadswarmte in Utrecht en Nieuwegein. Deze warmte is afkomstig van de energiecentrales in Utrecht waar naast elektriciteit ook warmte wordt gemaakt en van de BioWarmte Installatie. Nu Nederland overstapt van aardgas naar andere bronnen voor het verwarmen van huizen en andere gebouwen, zijn we op zoek naar alternatieven. Het bestaande warmtenet in Utrecht en Nieuwegein is zo’n alternatief. Voor haar warmtenetten heeft Eneco zich verbonden aan de doelstellingen uit het Klimaatakkoord om gemiddeld 70% CO2-reductie in 2030 te realiseren (ten opzichte van een huidige cv-ketel). Om hier invulling aan te geven is de Routekaart Verduurzaming warmtenet Utrecht en Nieuwegein ontwikkeld (zie hieronder). Als er nieuwe aansluitingen gemaakt worden op het warmtenet betekent dit ook dat er voldoende duurzame wordt geproduceerd moet worden en er eventueel nieuwe bronnen toegevoegd moeten worden.

 

U kunt als klant rekenen op een betrouwbare warmtevoorziening voor het verwarmen van uw huis en om te douchen. Het inzetten van aardwarmte als duurzame bron heeft geen direct effect op de warmteprijs. De overheid heeft in de Warmtewet het ‘Niet-Meer-Dan-Anders’-beginsel (NMDA) vastgelegd. Uitgangspunt van dit principe is dat de maximumprijs van stadswarmte gebaseerd is op alle kosten die een gemiddelde verbruiker moet maken om dezelfde warmte te krijgen als wanneer hij een gasaansluiting zou hebben (inclusief aanschaf, onderhoud en afschrijving van de cv-ketel met comfortklasse CW4). Eneco toetst de tarieven elk jaar aan de maximum tarieven die de ACM (de Nederlandse onafhankelijke publieke toezichthouder) vaststelt. Ook dit jaar zijn de tarieven lager dan deze wettelijk vastgestelde tarieven.

Voor warmte is er geen landelijk netwerk zoals bij elektriciteit en gas. Het warmtenetwerk wordt aangelegd door degene die ook de warmte levert. Daarom kunt u als u stadswarmte heeft niet kiezen bij wie u uw warmte afneemt. De Rijksoverheid zorgt ervoor dat u niet teveel betaalt bij stadsverwarming of blokverwarming. De Warmtewet beschermt consumenten tegen te hoge prijzen.

Als er aardwarmte gebruikt wordt als duurzame bron, zal er nog steeds water gebruikt worden om deze warmte te transporteren naar de huizen en bedrijven. Op het moment dat deze warmte is afgegeven wordt het water terug getransporteerd naar de duurzame bron om daar weer warmte op te nemen en die vervolgens weer af te geven aan de huizen en bedrijven. Dit is een gesloten systeem en er wordt dus geen water geloosd.

Dit is een taak voor de Rijksoverheid. In de Warmtewet 2.0, die naar verwachting volgend jaar wordt vastgesteld, zal de overheid de tarieven reguleren. De discussie over de wijze waarop is nog gaande.

Om aardwarmte te gebruiken wordt er geen apart aardwarmtenet aangelegd, maar wordt de aardwarmtebron aangesloten worden op het bestaande stadswarmtenet. Met het aardwarmteproject verwachten de initiatiefnemers genoeg warmte te produceren  om ongeveer 3.000 huishoudens duurzame warmte te leveren. Op dit moment worden ruim 50.000 woningen en bedrijven verwarmd met stadswarmte in Utrecht en Nieuwegein, de komst van aardwarmte verandert niets aan het aantal huishoudens dat stadswarmte heeft, het zorgt er alleen voor dat de warmte duurzamer is.

Er is nog niet besloten of en waar een proefboring plaatsvindt. Meer info https://warmtebron.nu/ 

Het opwekken van voldoende energie voor de transitie is geen lokale opgave, maar een regionale opgave. Daar wordt de puzzel op dit moment voor gelegd in de RES (de Regionale Energie Strategie).

Op dit moment zijn er nog geen plannen voor voorbeeldwoningen, maar er is wel een duurzame huizen route.

Op de korte termijn heeft dit geen gevolgen voor deze woningen. Echter als er inderdaad gekozen wordt voor het uitbreiden van de stadsverwarming kan het zijn dat op den duur de temperatuur wordt verlaagd. Nu loopt er hoog temperatuur water door de leidingen. Hoe lager dat wordt, hoe beter de isolatie van de woningen moet zijn.

 

 

Het klopt dat er op dit moment geen concurrentie is als u op stadsverwarming zit. De prijzen worden echter door het rijk binnen acceptabele bandbreedtes gehouden. De Autoriteit Consument en Markt controleert of de prijzen niet hoger zijn dan de maximum toegestane prijzen en controleert daarnaast ook welk rendement het warmtebedrijf maakt. Als het rendement (“de winst”) te hoog is, dan moeten ze hun prijzen verlagen (ook als deze lager zijn dan het maximumtarief). Zo zijn mensen beschermd tegen te hoge prijzen.

De prijs was altijd gekoppeld aan de gasprijs, juist om het eerlijk te maken. In de nieuwe warmtewet willen ze dit loskoppelen omdat we het nu belangrijk vinden dat stadsverwarming echt een positieve stimulans krijgt en dat het voor mensen loont om op deze manier van het aardgas af te gaan, in plaats van dat ze hetzelfde blijven betalen.

 

Uit de enquête die onlangs is afgenomen blijkt dat 64% heel tevreden is over de stadsverwarming, het werkt goed, het is betrouwbaar en ze hebben er geen omkijken naar. 22% is minder tevreden, zij vinden de kosten hoog (ook bij weinig verbruik), ze hebben niet de mogelijkheid om een andere aanbieder te kiezen en soms zijn in de zomer de buizen ook warm.

Toch zijn er maar weinig investeringen waar u echt spijt van kunt krijgen. Er zijn heel veel no-regret maatregelen nu al te nemen. Denk aan het isoleren van uw woning, het plaatsen van zonnepanelen (als uw dak voor de komende jaren nog goed is) en bijvoorbeeld een inductiekookplaat.

Veel van deze maatregelen besparen energie vanaf het moment dat u ze aanbrengt, ook al wordt het uiteindelijk hoog temperatuur stadsverwarming, u zult dan nog steeds minder nodig hebben waardoor u blijft besparen.

Door middel van alle communicatie die we nu vanuit de gemeente maar ook vanuit het rijk doen, willen we mensen erop wijzen dat de energievoorziening gaat veranderen. Dat is gelukkig niet vandaag op morgen, zodat mensen nog de tijd hebben om vooral veel aanpassingen te doen gedurende hun normale onderhoud.

We zijn niet achter met communiceren. Er wordt zelfs al een paar jaar over gecommuniceerd, maar omdat het nu dichterbij komt wordt het wel steeds concreter. De TvW gaat over de komende 10 jaar en het hele proces duurt nog 20 jaar. Nieuwegein wil in 2040 van het aardgas afzijn.

We maken een visie, dat betekent niet dat het 100% vast ligt. We gaan vervolgens per wijk kijken wat de bewoners zelf het beste vinden. Willen ze de collectieve aanpak of willen ze toch een individuele aanpak die over het algemeen duurder is, omdat dat meestal oplossingen zijn op lage temperaturen waardoor je de woningen flink moet isoleren. We doen dat per wijk omdat de woningen in een wijk of buurt vaak, maar niet altijd, hetzelfde zijn. Zodat je inderdaad een algemene aanpak kunt opstellen waar veel huishoudens gebruik van kunnen maken.

In de Transitievisie Warmte staat hoe Nieuwegein van het aardgas af zou kunnen. De termijn is eerst de komende 10 jaar. Deze visie wordt met diverse stakeholders opgesteld en uiteindelijk vertaald in wijkuitvoeringsplannen die samen met de bewoners worden opgesteld/vastgesteld. Er wordt in de TvW gekeken hoe we dat het beste kunnen doen voor de meeste mensen in Nieuwegein, daarin nemen we de (staat van) de infrastructuur, de leeftijd van de woningen etc. mee.

Voordat het helemaal duidelijk is, is het altijd goed om isolatiemaatregelen te nemen. Als er twee isolatiemaatregelen tegelijk genomen worden is er in ieder geval tot en met december een subsidiemogelijkheid. Kijk op www.verbeterjehuis.nl/energiesubsidiewijzer. Ook kunt u bijvoorbeeld als er toch een nieuwe keuken wordt aangeschaft overstappen op een inductiekookplaat.

De Transitie visie Warmte moet in 2021 klaar zijn. Daarna gaat de gemeente met specifieke buurten aan de slag om een wijkplan te maken, dit duurt een of twee jaar. In de wijkplannen wordt samen met inwoners het plan concreet gemaakt.

 

Dit is vooralsnog geen eerste keus. Warmte uit oppervlakte- en rioolwater is een laagtemperatuur warmte, die u kunt gebruiken in combinatie met een centrale warmtepomp. Dit levert warmte op lage temperatuur en zou tot gevolg hebben dat de woningen flink geïsoleerd moeten worden om het hier warm mee te krijgen. Of u moet het centraal verder opwarmen, maar dit kost veel extra stroom, waardoor de oplossing minder duurzaam wordt.

Nee bewoners zijn zeker niet verplicht om mee te doen. Ze zijn vrij om hun eigen oplossing te kiezen. We onderzoeken met de Transitievisie Warmte de goedkoopste mogelijkheid voor de meeste mensen. De kans is dus groot dat u duurder uit bent als je het zelfstandig wil doen. Maar dat mag uiteraard wel. Als iedereen zelfstandig iets wil regelen, wordt de collectieve voorziening mogelijk niet meer rendabel en dus niet meer uit te voeren.

Wanneer gekozen wordt voor stadsverwarming is er nauwelijks extra elektriciteit nodig (alleen voor koken en dat is nihil). Als voor een warmtepomp gekozen wordt, dan stijgt het elektriciteitsverbruik fors en zullen de netten ook grootschalig aangepast moeten worden. Vanuit de regionale energiestrategie wordt er gekeken naar de energievoorziening in de regio. Dat is dus niet iets wat de gemeente perse binnen de gemeente grenzen moet oplossen. Maar daar wordt dus parallel aan de TvW naar gekeken.

Dat is zeker waar maar hoeveel energie is nogal verschillend. Dus we willen gaan voor een duurzame maar betaalbare variant. En dat betekent dat we mogelijk niet zo ver gaan als mogelijk is met betrekking tot isolatiemaatregelen, omdat dat voor velen niet betaalbaar is of men heeft het er niet voor over.

Als u het graag individueel oplost, komt u al snel uit op een warmtepomp gecombineerd met laagtemperatuurverwarming, m.a.w. laagtemperatuur radiatoren, wandverwarming of vloerverwarming. Maar dan moet u voordat u die laat plaatsen, uw huis eerst heel goed isoleren. Op plekken waar u kort verblijft kunt u denken aan infraroodpanelen, bijvoorbeeld in de badkamer. U kunt zich laten informeren door Energie N of door het regionale energieloket.

Het vergroenen van de stad heeft zeker aandacht bij de gemeente al valt dat meer onder de kop klimaatadaptatie. Dan zijn we bezig met o.a. waterberging, water te korten, hitte stress etc en komen o.a. groene daken en het vergroenen van tuinen aan de orde.

 

We proberen mensen vroegtijdig te betrekken bij de transitie zodat u zoveel mogelijk kunt aanpassen/vervangen (als dat nodig is) op natuurlijke momenten waardoor het geen extra verspilling met zich mee brengt.

Duurzaam betekent voor ons in de context van de energietransitie dat je zo min mogelijk CO2 veroorzaakt bij het warmen van de woning, koken en realiseren van warmwater.

 

Zonnepanelen zijn vergunningvrij voor zover de woning/gebouw geen monument is en kunnen geplaatst worden, ook al zijn daar de meningen over verdeeld.

 

Enerzijds hebben we de energietransitie waarbij we van het gas af gaan om zoveel mogelijk CO2 te besparen. En daarnaast willen we graag zo energiezuinig mogelijk wonen. Echter het hoeft dus niet perse een energieneutrale woning te worden. Soms zijn de laatste stappen naar energie neutraal onevenredig groot. Dus doen wat kan maar wat zeker nog binnen het redelijke valt.

Een warmtenet kan juist een goede optie zijn voor oude woningen, omdat de temperatuur daarvan vaak hoger is dan bijvoorbeeld een individuele warmtepomp en er geen extreme isolatie nodig is.

Wij maken de Transitievisie Warmte vanuit de mogelijkheden die er op dit moment zijn en dus ook reëel toegepast kunnen worden bij woningen, die laatste toevoeging is ook belangrijk. Daar horen de opties die u noemt niet bij. Omdat er wel steeds nieuwe technieken bij komen wordt de TvW ook steeds geactualiseerd zodat de nieuwste mogelijkheden weer mee genomen kunnen worden.

In 2040 wil Nieuwegein van het aardgas af zijn. De 10 jaar voor de TvW gaat richting de levensduur van een CV-ketel (15 jaar). Dus het is geen probleem als de CV net vervangen is. Bovendien is een CV-ketel relatief goedkoop dus die heeft u snel terugverdiend, zeker als u voorheen een oude had.

De transitievisie warmte (TvW) wordt nu geschreven voor een termijn van ongeveer 10 jaar.

Als straks de Transitievisie Warmte klaar is gaan we per wijk, wijkuitvoeringsplannen maken. Dat gebeurt samen met de bewoners en kan er dus gekeken worden of er in dat deel van de wijk toch liever voor andere methoden wordt gekozen, dan de maatschappelijk goedkoopste optie die uit de TVW volgt.

Waterstof is inderdaad een grote belofte, maar met name voor de industrie en voor zwaar wegvervoer. De genoemde studies van Stedin en van TU Delft tonen aan dat het gasnet gebruikt kan worden, maar zeggen niks over de beschikbaarheid van duurzame waterstof. Dit is een grote bottleneck. Vrijwel alle kennisinstituten en adviesbureaus zijn het erover eens dat duurzame waterstof waarschijnlijk te schaars en kostbaar is om op grote schaal in de gebouwde omgeving in te zetten voor ruimteverwarming. Alleen voor uitzonderingen dus. De hoofdtoepassingen worden gezien in de industrie en zwaar wegvervoer, waar weinig andere duurzame bronnen voorhanden zijn. Ook wordt een grote rol gezien van elektriciteitsopslag in waterstof, dus meer gebruik van waterstof zoals een batterij gebruikt wordt. Niemand kan de toekomst voorspellen, maar het is duidelijk dat de komende 10 jaar waterstof geen rol van betekenis kan spelen voor de verwarming van huizen. Deze 10 jaar is de termijn van de huidige TVW.

De gemeente richt zeker zijn pijlen niet allemaal op het opwekken van aardwarmte.

Aardwarmte in de vorm van diepe geothermie levert juist wel warmte op een hoge temperatuur, die geschikt is voor oude woningen. Dus dit zou juist voor de genoemde woningen een goede oplossing zijn. Er hoeft maar een klein beetje geïsoleerd te worden, wat voor iedereen een goede optie is, gewoon vanwege de besparing en het comfort. Door de onderzoeken die op dit moment lopen leeft het veel bij mensen en daar willen we aan tegemoet komen. Zodat iedereen zijn zorgen met ons kan delen. De stadsverwarming moet verduurzaamd worden en om die reden wordt er onderzoek gedaan naar allerlei mogelijkheden, een daarvan is aardwarmte.

In de nieuwe warmtewet, die nu in de maak is, wordt de GJ prijs losgekoppeld van de gasprijs. Dus daar gaan we inderdaad nog een keer vanaf komen. Maar de kosten van warmte blijven natuurlijk nog steeds erg hoog als u een slecht geïsoleerd huis heeft. Het is, als u het zich kunt veroorloven, echt rendabel om uw huis goed te isoleren. Zelfs als u daar een duurzaamheidslening voor af moet sluiten zal de rente niet opwegen tegen de baten. U kunt kijken op www.verbeterjehuis.nl/energiesubsidiewijzer

Op dit moment is er geen concurrentie op het warmtenet, maar dit kan in de toekomst nog komen.

Jazeker, maar deze optie is in het proces al heel snel afgevallen. Waterstof zit voor huishoudens echt nog in de experimentele fase. Daarbij is het een hele dure manier van verwarmen. Om het duurzaam te doen, moet je waterstof namelijk maken uit groene elektriciteit. De installaties die daarvoor nodig zijn kosten veel geld en er gaat relatief veel energie verloren. Dat maakt groene waterstof duur. Het leuke van waterstof is dat het een hoogtemperatuur warmte kan leveren, dat is waarom iedereen het zo graag wil. Je hoeft dan je huis niet of nauwelijks aan te passen. Echter je blijft dan wel heel veel energie gebruiken en die energie is kostbaar. Er zullen kapers op de kust liggen die deze hoge temperatuur echt nodig hebben en er dus bereid zijn veel geld voor te betalen. Denk aan de industrie en zwaar verkeer. Voor woningen is deze hoge temperatuur niet noodzakelijk. Het zou dus zonde zijn (extra kostbaar) om je woning op die manier te verwarmen. Je ziet dat op dit moment mensen hun woningen flink isoleren omdat de gasprijs zo hoog is en ze op die manier de energierekening omlaag willen krijgen. Als je toch gaat isoleren kun je beter vervolgens je woning met een energiebron met veel lagere kosten verwarmen.

Eneco staat op de rol om te kijken hoe zij hun stadsverwarming willen verduurzamen. Daar worden diverse technieken voor bekeken en onderzocht waaronder aardwarmte, dat is een van de mogelijkheden. Natuurlijk bent u er vrij in om zelf een alternatieve methode te kiezen.

Op dit moment is de stadsverwarming een hoogtemperatuur verwarming, maar bij gebruik van andere bronnen kan de temperatuur van het net in de toekomst omlaag gaan naar een middentemperatuur. Als u zou willen overstappen naar een warmtepomp is het noodzakelijk om de woning zeer goed te gaan isoleren, omdat de warmtepomp op lage temperatuur warmte levert.

Voor de Transitievisie Warmte gaan we op zoek naar de oplossing die voor de maatschappij als geheel het goedkoopst is. Dat zal uw voorgestelde oplossing waarschijnlijk niet zijn, maar u bent natuurlijk vrij om daar zelf een keuze in te maken.

Overigens kunt u met een warmtepomp waarschijnlijk niet los van het elektriciteitsnet, je kunt namelijk zelf niet voldoende stroom opwekken (en vooral: opslaan over het jaar heen) om in uw eigen elektriciteitsbehoefte te voorzien. Met name door de opwek in de zomer en het verbruik in de winter is het noodzakelijk om aangesloten te blijven op het elektriciteitsnet. Op regionale schaal wordt onderzocht hoeveel en wat voor opslag er nodig is in het net om volledig op duurzame bronnen te werken.

Op dit moment weten we nog niet zeker hoe de kosten straks verdeeld gaan worden. Via Energie-N en/of het regionaal energieloket www.jouwhuisslimmer.nl kunt u uitleg en inzicht op mogelijke financieringsstructuren krijgen. Denk aan goedkope leningen die u met de energiewinst kunt terugbetalen en/of subsidies als u twee maatregelen tegelijk laat uitvoeren. Meer info op www.verbeterjehuis.nl/energiesubsidiewijzer.

Vanuit de Transitievisie Warmte gaan we op zoek naar een oplossing die voor de meeste mensen van Nieuwegein het gunstigst uitpakt. Op dit moment lijkt dat voor het overgrote deel van Nieuwegein het doortrekken van de stadsverwarming. Warmte-koude opslag wordt gebruikt in combinatie met warmtepompen en levert meestal op een lage temperatuur (40 graden), daarvoor moeten veel aanpassingen in de woningen gedaan worden.

Stadsverwarming kan theoretisch gezien ook koelen maar dat zal de eerste tijd zeker niet het geval zijn omdat dat nog hogere kosten met zich meebrengt en die willen we zo laag mogelijk houden. We weten dat er nu veel airco's aangeschaft worden, maar er is gelukkig ook nog veel te winnen met maatregelen die goedkoper zijn dan airco's en WKO. Denk bijvoorbeeld aan simpele dingen als screens, ramen dichthouden, gordijnen dichtdoen, ’s nachts ventileren, groene daken, minder steen in de tuin etc. Bovendien is het elektriciteitsverbruik (energie) van airco's op jaarbasis niet groot; wel kan het zijn dat er in de zomer veel capaciteit (vermogen) nodig is.

Indien spouwmuurisolatie niet mogelijk is, kunt u onderzoeken of het mogelijk is om de gevel aan de binnenzijde of buitenzijde te isoleren.

HR++ en triple-glas hebben een veel betere isolatiewaarde dan het oude dubbelglas. Glas kan prima worden gerecycled. Triple-glas kan echter niet zomaar in oude kozijnen worden geplaatst, dus nader onderzoek hiervoor is nodig.

U kunt een individuele warmtescan (infraroodfoto) van uw woning aanvragen bij Energie-N. Kijk daarvoor op www.energie-n.nl

Wij adviseren u om met uw buren in gesprek te gaan om hun interesse te peilen om met u mee te doen.

Op de website van de gemeente is een inventarisatie van woningen met kwaaitaal- of mantavloeren te vinden met de bekende adressen. Zie https://www.nieuwegein.nl/omgevingsloket/kwaaitaal-of-mantavloer

 

Op de website van de ACM vindt u een handige algemene checklist voor het vergelijken van offertes. Zie https://www.consuwijzer.nl/checklist-infoblad/checklist-offertes-vergelijken. En op ons digitale energieloket www.jouwhuisslimmer.nl vindt u ook hulp bij offertes.

De energieambassadeurs van Stichting Energie-N zijn inwoners van Nieuwegein die zich vrijwillig inzetten om mede-inwoners te helpen met verduurzamen van hun woning. Zij kunnen u tot op zekere hoogte op weg helpen. Zie www.energie-n.nl

U kunt in de zomer uw huis het beste koel houden door allereerst zoninstraling in uw huis te voorkomen. Buitenzonwering werkt dan het beste. Zodra (op hete zomerdagen) de buitentemperatuur hoger wordt dan binnen moet u ramen en deuren sluiten. ’s Avonds als u gaat slapen moet u de ramen juist weer open zetten om uw huis te ventileren met de koelere buitenlucht in de nacht.

Op de website van Energie-N vindt u informatie over kruipruimte isolatie. Op basis hiervan kunt u beoordelen welke methode het beste past bij uw situatie. Zie https://energie-n.nl/samen-inkopen/inkoop-kruipruimte-isolatie/

Andere eenvoudige warmte besparende maatregelen naast tochtstrips zijn: radiatorfolie, cv-leidingisolatie en brievenbusborstel. Daarna kunt u voor de grotere energiebesparende maatregelen denken aan dak-, gevel- en vloerisolatie.

Een kort antwoord: ja, dit is hetzelfde.

Vanaf de oliecrisis in de jaren ’70 werd het gemeengoed om de spouwmuren te isoleren. Vanaf 1979 gold een landelijke verplichting om spouwisolatie bij nieuwbouw aan te brengen. In de loop van de jaren zijn de isolatie-eisen aangescherpt. Om erachter te komen of uw spouwmuur is gevuld kunt u vaak met een ijzerdraadje in een open (stoot)voeg voelen.

Met dak-, gevel- en vloerisolatie kunt u veel warmteverlies voorkomen. Handige doe-het-zelvers kunnen veel zelf en daarmee fors besparen op de arbeidskosten die isolatie- of aannemingsbedrijven in rekening brengen. Op MilieuCentraal leest u wat isolatiemaatregelen zoal kosten en opleveren bij verschillende woningtypes. Zie https://www.milieucentraal.nl/energie-besparen/energiezuinig-huis/isoleren-en-besparen/

Wilt u het precies weten hoe dat zit bij uw huis, dan adviseren wij u om een professionele gecertificeerde energie adviseur in te schakelen. Kijk daarvoor op ons digitale energieloket www.jouwhuisslimmer.nl

Het meeste rendement is te behalen via eenvoudige energiemaatregelen, waarbij u kunt denken aan: tochtstrips, radiatorfolie, cv-leidingisolatie, brievenbusborstel, douchetimer, sluipverbruikstekker, koelkastthermometer, ledlampen. Zie ook het antwoord op Wat zijn de economisch meest aantrekkelijke manieren van isoleren?

Begin met isoleren op ons digitale energieloket www.jouwhuisslimmer.nl

Woningisolatie heeft altijd zijn. Of het zinvol is om te na-isoleren is afhankelijk van uw situatie. Om daar achter te komen kunt u kijken op ons digitale energieloket www.jouwhuisslimmer.nl en op www.energie-n.nl

Eneco: Ja. Er wordt gekeken voor het hele net naar een verdubbeling de komende tien jaar in het aantal aansluitingen. Voor de gemeente Nieuwegein zijn we bezig om dit per wijk te onderzoeken middels de Transitievisie Warmte of dit gewenst en haalbaar is.

Eneco: Er is een doorlooptijd van een paar maanden voor bouwwerkzaamheden. De planning van de fysiek merkbare werkzaamheden wordt zo snel mogelijk met de omwonenden gedeeld.

Er is een doorlooptijd van een paar maanden voor bouwwerkzaamheden. De planning van de fysiek merkbare werkzaamheden wordt zo snel mogelijk met de omwonenden gedeeld.

Dit is de eerste informatieavond voor bewoners en andere stakeholders. We willen de rest van dit jaar nemen om met stakeholders te kijken of het warmtebufferproject voldoende draagvlak heeft. Het eerste kwartaal 2021 staat voor de vergunningsaanvraag. Vervolgens zal er een beslissing genomen worden door de gemeente. Op zijn vroegst kan er dus in het vierde kwartaal van 2021 een start worden gemaakt met de bouw van de warmtebuffer.

Eneco: Er zal niet hoeven worden geboord, zoals bijvoorbeeld bij geothermie. Er is geen verwachting dat omliggende huizen schade zullen lopen. Mocht er bij de bouw van de warmtebuffer toch schade zijn zullen we natuurlijk kijken naar een vergoeding.

Eneco: Er staan twee installaties: een sterilisatiestoomvoorziening voor het ziekenhuis en een piekvoorziening voor nood/back up. Bij nood ben je een bepaalde piekvraag aan het bedienen die eerst afgevlakt wordt door de buffer en als dat niet meer toereikend is, dan gaat de noodvoorziening aan. Maar door de buffer zou deze dus minder aan hoven.

Eneco: Deze vraag gaat hoogst waarschijnlijk over aardwarmte. Daarvoor is de Symfonielaan niet meer in beeld nu. Om de buffer te kunnen plaatsen wordt een aantal weken geheid. Tegen die tijd zullen we met omwonenden in gesprek gaan om te bespreken wat er wanneer gaat gebeuren. De overlast zullen we tot het minimale beperken.

Eneco: De pompen staan binnen en zijn vanaf de openbare ruimte niet hoorbaar. Mochten bewoners toch het gevoel hebben dat ze iets horen zullen we dat natuurlijk monitoren.

Eneco: De kans daarop is extreem klein, verwaarloosbaar. Vanwege het materiaal scheurt een buffer niet en op kleine lekkages wordt regelmatig gecontroleerd. Er worden ook maatregelen genomen tegen bijvoorbeeld aanrijding.

Eneco: Dat is het warmtepompproject in Overvecht. Een warmtepomp van 25 megawatt haalt hier voor 20.000 huishoudens warmte uit de waterzuivering van Stichtse Rijnlanden. Deze warmte is niet bestemd voor Nieuwegein.
In Nieuwegein is ook een waterzuivering en daar zouden we een paar megawatt uit kunnen halen om dat als bron te kunnen gebruiken. Dit project is nog in de verkenningsfase.

Eneco: Er is in het WOS alleen warmteoverdracht, geen warmteopwekking. Er wordt geen gas verbrand. Bij het ziekenhuis wordt stoom gemaakt voor sterilisatiedoeleinden.

Eneco: Eneco bedient de vraag die op dat moment gecumuleerd op het WOS Nieuwegein wordt gevraagd. Dat is niet uitgesplitst per type klant.

Eneco: Als warmteklant ga je niets merken van de buffer. Je krijgt dezelfde warmte, maar dan duurzamer. In Nieuwegein is er op dit moment geen sprake van opwekking van warmte voor het warmtenet.
Nieuwegein krijgt warmte uit Utrecht. Daar staat een elektriciteitscentrale die aangaat als het op zee niet waait en de zon onvoldoende schijnt. Dat is om het elektriciteitsnet in balans te houden. Daar komt restwarmte bij vrij en die gebruiken wij voor het stadswarmtenet van Nieuwegein. Voor de ochtendpiek in de warmtevraag is echter nog steeds gas nodig en dat proberen we met het bufferproject te dempen om het warmtenet steeds duurzamer te maken.

Eneco: bij het Warmteoverdrachtstation (wos) van Eneco aan de Symfonielaan.

Er zijn inderdaad af en toe, maar niet vaak, lekken meerdere keren in één straat is een absolute uitzondering. De buffers zijn hydraulisch gescheiden, wat wil zeggen dat ze niet in rechtstreekse verbinding staan met het net, maar met pompen en kleppen, feitelijk losgekoppeld qua drukniveau.

De druk in het net wordt niet veranderd door de buffer.

Eneco: Er is een combinatie van redenen. Warmtebron heeft het als volgt omschreven: Vanuit het consortium zijn we in de afgelopen periode tot de conclusie gekomen dat de ontwikkeling van aardwarmte nabij het warmteoverdrachtstation van Eneco nu geen optie is. Op deze locatie was al bekend dat er voor aardwarmte beperkte ruimte is boven de grond en onder de grond.

Ook is er een warmtebuffer in ontwikkeling. De langere ontwikkeltijd die voorzien is voor aardwarmte en het project Lean, maakt dat de uitvoeringstermijnen van beide projecten elkaar overlappen. Een gecombineerde uitvoering is niet mogelijk. Samen met de eerdergenoemde bezwaren leidt dat tot de conclusie dat de locatie naast het warmteoverdrachtstation op dit moment niet meer in beeld is voor aardwarmte.

Eneco: Bij de overname zijn het behoud van de duurzaamheidsplannen een harde voorwaarde geweest. Deze worden ook onderschreven door Mitsubishi. De rekening voor klanten worden bepaald door landelijke regulering en niet door Mitsubishi.

Eneco: We hebben het nagekeken er stonden inderdaad paaltjes. Als u zich zorgen maakt om die werkzaamheden neemt u dan alstublieft contact op dan kunnen we meer toelichting geven op die werkzaamheden. Deze hadden niet met de buffer te maken.

Eneco: Op dit moment is er een biowarmtecentrale. Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar andere bronnen. Aardwarmte is er daar 1 van. Anderen zijn bijvoorbeeld warmte uit rioolwaterzuivering of restwarmte van bedrijven.

Eneco: We snappen dat hier veel vragen over zijn maar dat is niet het onderwerp van deze sessie. De gemeente werkt hieraan in de transitievisie warmte. Voor meer informatie daarover neem contact op met: duurzaamheidsloket@nieuwegein.nl

Eneco: Eneco is het eerste aanpreekpunt maar de gemeente en Eneco staan in constant contact over de buffer en dit zal ook tijdens de bouwperiode zo zijn.

Eneco: Het ligt aan het moment van de dag hoeveel koud en hoeveel warm water er in zit. Het water is tot maximaal 95 graden.

Eneco: Dit gaan we graag met bewoners bespreken.

Eneco: Dit gaan we graag bespreken met bewoners.

Eneco: Recht boven op de buffer niet, maar er zijn wel mogelijkheden in de hoogte. Als u hierover wil meepraten geeft u dan op voor het vervolgproces.

Eneco: Dit gaan we graag met bewoners bespreken.

Eneco:  Deze vraag staat nog uit. We gaan kijken of we dit zouden kunnen doen. Graag willen we dan ook met burgers in overleg op welke manier jullie dit graag zouden zien. Neem dus alstublieft contact op als u hierover mee wil denken.

Warmtebron Utrecht: Dit is nog niet bepaald, maar dat zou onderdeel kunnen zijn van een schadeprotocol. In een eerder stadium is al gemeld dat een seismische 0-meting kan plaatsvinden waarvan de resultaten openbaar gedeeld kunnen worden.

Eneco: Deze vraag staat nog uit. Helaas kunnen we via ons systeem niet zien wat uw contactgegevens zijn. Mocht u hier nog interesse in hebben neem dan even contact op.

We nemen aan dat u andere plekken met een buffer bedoelen. Er zijn verschillende voorbeelden. Eneco heeft buffers in Den Haag, Ypenburg en Vathorst. En er zijn ook van andere warmteleveranciers buffers, bijvoorbeeld in Purmerend. In het vervolgproces komen we hier op terug. En kijken we of we andere ervaringen met u kunnen delen.

Eneco: De bronnen van warmte en isolatie hebben geen impact op de hoogte van de buffer.

Dat willen we graag met belanghebbenden onderzoeken. Het plaatsen van extra bomen behoort zeker tot de mogelijkheden. Als de bewoners dit willen.

Om te voorkomen dat we heel veel technische documenten opsturen zonder context naar grote groepen mensen die hier niet op zitten te wachten stellen we voor dat u contact met ons opneemt dank kunnen we meer technische informatie verstrekken.

Eneco: We vinden de leefbaarheid voor de burger enorm belangrijk. Daarom willen we kijken hoe we dit zo goed mogelijk kunnen inpassen. Tegelijkertijd moet Eneco kijken naar een haalbare businesscase en staan we voor een verduurzamingsopgave voor de toekomst. In dit project zoeken we ook naar de balans tussen die drie.

Eneco: Voor het laden moet de buffer dichtbij de transportleiding vanuit Utrecht geplaatst worden en dus bij de WOS (transportleiding gaat immers naar de WOS). De buffer moet gevoed kunnen worden door alle bronnen.

Eneco: Niet helemaal. Nu wordt er extra warmte gemaakt op het moment dat de vraag heel hoog is in de ochtend (piekvraag). Dat is dus geen restwarmte. Op het moment dat je een buffer nodig hebt hoef je dat niet meer te doen en verbruik je dus minder gas.

Eneco: Nee. Er kan overlast ontstaan tijden het bouwen van de buffer omdat er geheid wordt, maar er is geen gevaar voor verzakking. Natuurlijk zullen we toch tijdens de bouw alle werkzaamheden monitoren en als u iets merkt laat het dan snel weten.

Eneco: De komst van de buffer heeft geen invloed op de prijs van warmte in Nieuwegein.

Eneco: Eneco levert de warmte aan de klanten in Nieuwegein die nu zijn aangesloten op het warmtenet. Dat zal door de buffer niet veranderen. De gemeente kijkt in de transitievisie warmte hoe ze de warmtevoorziening verder kunnen verduurzamen.

Eneco: Dat is een technisch antwoord: “De buffer kan niet verder dan 30m van de WOS vanwege de zuigdruk van de bufferpompen. De bufferpompen komen in de bestaande WOS. Als de buffer te ver weg staat, bestaat het risico dat bij maximale flow de drukval over de leiding te groot wordt en de pomp gaat caviteren (lees: kapot gaat)”.

Alternatief is om de pompen bij de buffer te plaatsen. Dan zou de buffer op een afstand van 100- 200m geplaatst kunnen worden ten opzichte van de WOS, maar geen kilometers verder weg. Hiermee zijn extra kosten gemoeid van ongeveer 3 miljoen euro. (kosten voor een nieuw pomphuis ongeveer 1 miljoen euro en kosten voor het aanleggen van ondergrondse leidingen zijn ongeveer 2 miljoen euro. Maatschappelijke impact: wegopbrekingen, extra gebouw, buffer meer in het zicht? Wat lossen we op? In 100 meter ben je nog steeds in de bebouwde omgeving. Wat Eneco betreft geen realistisch of gewenst alternatief.

Eneco: Het verbreden van de buizen zou een enorme investering zijn en heel veel overlast geven. Je moet het hele tracé van de transportleiding openhalen.

Daarnaast: De investeringskosten van een centrale buffer zijn twee keer zo hoog omdat je een ander type buffer nodig hebben.

Verder is een buffer noodzakelijk voor de optimale inzet van lokaal opgewekte duurzame Nieuwegeinse warmte.

Op termijn stopt Eneco met het maken van warmte uit de STEG-centrales, die worden op dan gesloten.

Eneco: Eneco heeft voor nu geen voorkeur, ideaal is dat we straks kunnen kiezen uit verschillende bronnen en dat klanten keuzemogelijkheden hebben. 

Eneco: De bron moet oneindig zijn, zoals zon, wind en biomassa. Stromen worden ook gecertificeerd en op basis daarvan bepaalt Eneco of het een duurzame bron is. 

Eneco: Eneco zet vol in op windparken. Als deze in de toekomst goed kunnen acteren dan verwachten we dat de vraag opgelost wordt door alternatieve bronnen. Voor nu zijn de STEG-centrales nog van vitaal belang.

Eneco: We kunnen variabel kiezen welke ketel wordt aangezet. 24/7 bewaken de medewerkers de eenheden waardoor er nooit een tekort is. Eneco zet in op meer decentrale bronnen in de toekomst waardoor het net nog betrouwbaarder wordt.

Eneco: We kijken altijd naar optimalisaties van het warmtenet. De buffer heeft toegevoegde waarde om het net te verduurzamen. De stadswarmtebuizen zijn al geïsoleerd, op dit moment zien we geen mogelijkheid om die verder te isoleren.

Eneco: Dit kan ook zonder elkaar. De buffer heeft ook zonder aardwarmte toegevoegde waarde omdat je tijdens de piekvraag in de ochtend de buffer kan gebruiken in plaats van nieuwe warmte maken.

Aardwarmte kan ook zonder de buffer maar door de buffer kan je de warmte uit de bron efficiënter gebruiken omdat de bron altijd evenveel levert. Je wil deze niet aan en uit zetten, dus kun je de warmte uit de bron opslaan in buffers.

Dat hangt af van de plannen van de gemeente per wijk. De gemeente is hiermee bezig in de transitievisie warmte. Daarvoor kunt u contact opnemen met duurzaamheidsloket@nieuwegein.nl.

In Utrecht wordt centraal de warmte voor Nieuwegein geproduceerd, Nieuwegein heeft nog geen centrales. Maar er komt wel een buffer in Nieuwegein. Hoofdambitie van Eneco is lokaal warmte produceren en verduurzamen. Het is wel lastig om in Nieuwegein bronnen te vinden. Mocht er bijvoorbeeld een upgrade komen bij de rioolzuivering in Nieuwegein dan gaan we daarover in gesprek. Klanten kunnen ook suggesties aandragen voor duurzame bronnen. 

Eneco: Eneco gebruikt voor biomassa regionale producten zoals tuinafval uit Nieuwegein. Daardoor is het een duurzame brandstof. Maar het is ook een transitiebrandstof; voor nu is het de snelste stap om te kunnen verduurzamen maar als er nieuwe bronnen bijkomen dan kunnen we ook weer afbouwen. Het aandeel van biomassa kan dan steeds kleiner worden. 

Dit wordt ook onderzocht maar is nog niet heel concreet. Theoretisch gezien is het mogelijk maar onderzocht wordt of het kostentechnisch kan en of het veilig en betrouwbaar is. De verwachting is wel dat dit in de toekomst wordt toegepast.

Ongeveer 10% verduurzaming wordt geschat in Nieuwegein. Dat wordt nog verder gemodelleerd. Ook in Utrecht worden buffers geplaatst. 

Eneco: Dat is een mooie combinatie. Mix van opslaan van elektriciteit in een buffer is een mogelijkheid en staat op de wensenlijst van Eneco. 

Eneco: Technisch gezien kan het, maar is geen bewezen techniek. Tanks moeten bereikbaar zijn en dat is geen optie voor Eneco. 

Warmtebron Utrecht: Wij zijn bij zowel drinkwaterwinningsgebieden als bij woningen uiterst zorgvuldig. Dit moeten wij vooraf bewijzen en daarvoor dienen wij plannen in die worden getoetst door onafhankelijke experts.

Warmtebron Utrecht: De primaire leiding heeft een te hoge temperatuur om op aan te sluiten. 

Warmtebron Utrecht: Wij hebben tijdens de haalbaarheidsstudie een ruime marge gehanteerd en bij het vervolgonderzoek voor de locatiekeuze zullen we dit verder onderbouwen met bijvoorbeeld een seismic hazard analysis.

Warmtebron Utrecht: Nee, wat achterblijft is een pomphuis van zo’n 20 bij 30 meter op een locatie van ongeveer een half voetbalveld. Het is ook niet nodig deze locatie 24/7 te verlichten.

Warmtebron Utrecht: Ervan uitgaande dat deze vraag betrekking heeft op de druk in het reservoir rondom de putmond: er is een injectieprotocol opgesteld door SodM waaraan wij ons zullen houden.

Warmtebron Utrecht: De aardwarmtebron in Den Haag is inmiddels aangesloten op het warmtenet en zal binnenkort gaan produceren.

Warmtebron Utrecht: In het putontwerp houden we rekening met een levensduur van minimaal 30 jaar. Hiervoor worden ook maatregelen getroffen om erosie en corrosie te minimaliseren. Daarbij kijken we uiteraard ook naar de materiaalkeuze. Het uiteindelijke putontwerp is echter afhankelijk van de locatiekeuze en dat proces is nog niet voltooid.

Warmtebron Utrecht: Aardwarmte is alleen zinvol in combinatie met een warmtenet. Aardwarmte is rendabel (= kostendekkend) vanaf een minimum aantal afnemers.  Dit minimum wordt geschat op 3 tot 5 duizend woningen.

Er komt een landelijk protocol waaraan wij ons committeren. Met een werkgroep Schade en Veiligheid, waarin ook bewoners zijn vertegenwoordigd, kijken we wat aanvullend nodig is in deze gemeente.

Warmtebron Utrecht: Nee, de aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door het boren ligt bij degene die het veroorzaakt.

Er zijn vele projecten in steden of woonwijken gerealiseerd, bijvoorbeeld in Den Haag, Parijs en Bordeaux. Ook in Nootdorp is aan de rand van het dorp geboord. 

Warmtebron Utrecht: Het zijn geen gevaarlijke emissies maar emissies die een negatieve impact hebben op de biodiversiteit die in N2000 gebieden extra beschermd is. Dit is ook niet gevaarlijk voor mensen.

Warmtebron Utrecht: Tijdens de boring is het mogelijk dat er kortstondig gefakkeld wordt. Dit affakkelen is niet zichtbaar voor de omgeving.  

Warmtebron Utrecht: Naar verwachting gaat de injectieput naar dezelfde diepte of iets minder diep, afhankelijk van de uiteindelijke locatie.

Warmtebron Utrecht: De eerste put zou gebruikt kunnen worden voor zowel de injectieput als de productieput. Welke van de twee het wordt, hangt onder andere af van de locatiekeuze.

WBU volgt de gemeentelijke regeling die hiervoor van toepassing is.

Warmtebron Utrecht: We merken dat beide termen door elkaar worden gebruikt. Voor ons is belangrijk dat in het onwenselijke geval van schade vooraf voor iedereen duidelijk is wat er aan gedaan kan worden. We zijn nu bezig om in een werkgroep met bewoners en professionele partijen (werkgroep Schade & Veiligheid)  in beeld te brengen wat wenselijk is in deze gemeente.

Eerder onderzoek is minder grondig geweest dan het huidige. Het oude onderzoek heeft alleen naar de permeabiliteit zoals aangetroffen in gesteenten van een beperkte hoeveelheid boringen gekeken. Over deze analyse verschillen we ook niet van mening met het eerdere onderzoek: de permeabiliteit ligt rond de 50-60 mD. Wat het nieuwe onderzoek op basis van analyse van de beschikbare seismiek en de daaruit voortkomende inzichten in het structureel geologische geschiedenis, heeft opgeleverd is dat de verwachte permeabiliteit op grotere diepte waarschijnlijk even goed is als die op geringere diepte. Dit, gecombineerd met de hogere temperatuur op grotere diepte, zorgt ervoor dat we van mening zijn dat een geothermieproject in dit gebied rendabel kan zijn. Een uitgebreide toelichting op de verwachte permeabiliteit is terug te vinden in de Samenvatting van het Geologisch Rapport.

Veiligheid en permeabiliteit zijn niet direct gerelateerd. Hoe lager de permeabiliteit is, hoe hoger het druk verschil dat nodig is tussen produceren en injecteren. Een hoger druk verschil zou eventueel kunnen leiden tot het beschadigen van de reservoir integriteit. Maar met een lagere permeabiliteit kan je er ook voor kiezen om minder te produceren en daardoor een lagere warmte productie te accepteren. Het verschil in druk is bepaald door SodM regelingen waar wij ons aan zullen houden (zie ook www.nlog.nl)

Met betrekking tot schade geldt het beginsel: de veroorzaker betaalt. Er komt een landelijk protocol waaraan WBU zich zal committeren. Met een werkgroep Schade en Veiligheid, waarin ook bewoners zijn vertegenwoordigd, kijken we wat mogelijk aanvullend nodig is in deze gemeente. De gemeente vindt dat er over dit onderwerp uitsluitsel moet zijn vóór de eerste boring.

Transparantie met betrekking tot de risico’s is essentieel. EZK en SodM zien erop toe dat Warmtebron Utrecht alle vereiste onderzoeken uitvoert en hierover rapporteert en passende maatregelen neemt om de risico’s te mitigeren. De rapporten worden met de gemeente gedeeld en zijn openbaar.

Nee, als de schade aantoonbaar is veroorzaakt door het aardwarmte-project is de exploitant aansprakelijk.

Op het moment dat de gemeenteraad positief besluit over een definitieve verhuurovereenkomst voor een locatie geeft de gemeente toestemming voor het gebruik van de grond onder bepaalde voorwaarden. Uiteraard is een voorwaarde dat vergunning van EZK verleend wordt, waarmee ook de veiligheid is geborgd. Echter, zo ver is de gemeente nog lang niet in het proces. Nadat de Raad in het kader van de vergunningverlening een verklaring van geen bedenking heeft afgegeven, is het aan de initiatiefnemer vrij om onder het stringente toezicht van EZK en SodM op de betreffende locatie een boring te gaan voorbereiden en verrichten.  Het ministerie van EZK en namens het ministerie het SodM, houden er krachtens de mijnbouwwet toezicht op dat de boring grondig wordt voorbereid en veilig gebeurt. Pas als alle vereiste vergunningen en toestemmingen binnen zijn, kan het boren starten. Tenzij de grond eigendom is van de gemeente en dit vooraf in de huurovereenkomst is bepaald, is de gemeente  in deze beslissing geen partij.  

Bedrijven die zich ergens vestigen moeten voldoen aan de regelgeving zoals vastgelegd in het bestemmingsplan. Het college van B&W heeft nog geen besluit genomen aangaande de locatie. 

Als het gaat om beleidsmatige of juridische kwesties kan het college van B&W desgewenst onafhankelijk advies inwinnen. Metingen in het kader van de aardwarmte-winning worden gedaan en bekostigd door het project zelf onder toezicht van het ministerie van EZK en gespecialiseerde overheidsinstanties zoals SodM.Daarnaast maakt de gemeente ook met regelmaat gebruik van de mogelijkheid om onafhankelijk advies in te winnen bij ICO aardwarmte.

Het SodM adviseert het ministerie van Economische Zaken en Klimaat bij het verlenen van de opsporingsvergunning en winningsvergunning en houdt toezicht op de gehele levensduur van een geothermie-project. Dit begint dus al bij de opsporingsvergunning, nog voordat er een concrete boorlocatie is gekozen. Meer informatie vindt u op https://www.sodm.nl/sectoren/geothermie/toezichtsarrangement-geothermie.

Het opsporen van, en het boren naar warmte vraagt een specifieke deskundigheid die alleen gespecialiseerde bedrijven en instellingen hebben. Overigens zijn in het consortium WBU naast commerciële bedrijven ook publieke instellingen vertegenwoordigd zoals TNO en Universiteit Utrecht.

Warmtebron Utrecht: Aardwarmte kan gebruikt worden voor stroomproductie als de temperatuur van het geproduceerde water hoog genoeg is. De verwachte temperatuur in Nieuwegein is dat niet. Bij een temperatuur van minder dan ~100 °C is het rendement maar 5 à 10%

Eneco: U kunt als klant rekenen op een betrouwbare warmtevoorziening voor het verwarmen van uw huis en om te douchen. Het inzetten van aardwarmte als duurzame bron heeft geen direct effect op de warmteprijs. De overheid heeft in de Warmtewet het ‘Niet-Meer-Dan-Anders’-beginsel (NMDA) vastgelegd.

Uitgangspunt van dit principe is dat de maximumprijs van stadswarmte gebaseerd is op alle kosten die een gemiddelde verbruiker moet maken om dezelfde warmte te krijgen als wanneer hij een gasaansluiting zou hebben (inclusief aanschaf, onderhoud en afschrijving van de cv-ketel met comfortklasse CW4). Eneco toetst de tarieven elk jaar aan de maximum tarieven die de ACM (de Nederlandse onafhankelijke publieke toezichthouder) vaststelt. Ook dit jaar zijn de tarieven lager dan deze wettelijk vastgestelde tarieven. 
 

Eneco: In de warmtewet worden de tarieven voor de levering van warmte vastgesteld. De tarieven mogen dus niet hoger zijn dan een maximumtarief. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) bepaalt deze tarieven aan het eind van ieder jaar. 
 

Warmtebron Utrecht: Voor elk van de locaties geldt dat een boring pas uitgevoerd wordt als vaststaat dat het veilig kan. De ondergrondse laag uit waaruit warmte gewonnen zou kunnen worden ligt onder heel Nieuwegein. Voor wat betreft het risico geldt dat dit op elk van die locaties (verwaarloosbaar) klein is.

De rollen en bevoegdheden van EZK en gemeenten bij aardwarmte-projecten is bij wet bepaald, namelijk in de mijnbouwwet. EZK en adviesorganen als TNO en SodM houden namens de Nederlandse bevolking toezicht op aardwarmteprojecten. Provincies en gemeenten hebben een adviesrecht ten aanzien van de opsporingsvergunning, de omgevingsvergunning en de winningsvergunning. Een belangrijke reden dat dit zo geregeld is, is dat het toezichthouden op de belangen en risico’s hierop vraagt om speciale bevoegdheden en een grote deskundigheid vereist. Deze deskundigheid is bij de gemeente niet aanwezig.  

Op dit moment werkt de gemeente aan de transitievisie warmte. In deze visie wordt per wijk in beeld gebracht wat voor de toekomst de beste warmte-oplossing is. Dit is onder meer afhankelijk van de leeftijd en het type woningen in de wijk. In sommige wijken kan een warmtenet een optimale oplossing zijn, in andere helemaal niet. Daar zijn bijvoorbeeld per woning elektrisch aangedreven warmtepompen nodig of andere oplossingen. Dat moet eerst onderzocht; in 2021 is dit onderzoek gereed.

Dat weten we nog niet. Dit eerste project is nodig om te onderzoeken of aardwarmte überhaupt mogelijk is. Pas als het eerste project slaagt en aardwarmte kan gaan leveren aan het warmtenet, kan een inschatting gemaakt worden van de potentie van aardwarmte en eventueel andere boorprojecten worden gepland.

Warmtebron Utrecht: Warmtebron Utrecht is zelf geen energieleverancier, alleen beoogd producent van duurzame aardwarmte. Deze warmte zal door Eneco worden afgenomen voor het verduurzamen van het warmtenet. Een aantal markten in Nederland is gereguleerd. Denk bijvoorbeeld aan nutssectoren als telecom, de zorg, energie en water.

Vrije concurrentie is er toegestaan, maar dan wel binnen de doelstellingen van het algemeen belang die de overheid nastreeft. Ook stadswarmte is een gereguleerde markt met de Autoriteit Consument & Markt (ACM) als toezichthouder. Deze instantie beschermt de consumentenbelangen. Warmtetarieven en ook het rendement dat de leverancier mag maken zijn gereguleerd en gemaximeerd.

Eneco: Voor warmte is er geen landelijk netwerk zoals bij elektriciteit en gas. Het warmtenetwerk wordt aangelegd door degene die ook de warmte levert. Daarom kunt u als u stadswarmte heeft niet kiezen bij wie u uw warmte afneemt. De Rijksoverheid zorgt ervoor dat u niet teveel betaalt bij stadsverwarming of blokverwarming. De Warmtewet beschermt consumenten tegen te hoge prijzen.
 

Eneco: Als er aardwarmte gebruikt wordt als duurzame bron, zal er nog steeds water gebruikt worden om deze warmte te transporteren naar de huizen en bedrijven. Op het moment dat deze warmte is afgegeven wordt het water terug getransporteerd naar de duurzame bron om daar weer warmte op te nemen en die vervolgens weer af te geven aan de huizen en bedrijven. Dit is een gesloten systeem en er wordt dus geen water geloosd. 

Warmtebron Utrecht: Als het onderzoeksproject Lean aantoont dat aardwarmte mogelijkheden biedt voor de verduurzaming van de warmtevraag in de provincie Utrecht, dan wordt het aantal aardwarmte-installaties zeker opgeschaald. Daarvoor komen dan ook andere plekken in de provincie weer in beeld.

Warmtebron Utrecht: De Coefficient of Performance (COP) is gedefinieerd als de hoeveelheid geproduceerde gedeeld door de hoeveelheid voor de productie benodigde energie. Er wordt hier uitgegaan van een COP 8 en 12. Dit betekent dat voor iedere geproduceerde megawatt (MW) energie er tussen de 0,0125 à 0,083 megawatt energie nodigs is voor het aandrijven van de pompen.

Dit is afhankelijk van veel factoren zoals het ontwerp van de productie- en injectieput, de dikte en diepte van de gesteentelaag, de permeabiliteit en de temperatuur. Uitgaande van een conservatieve COP van tussen de 8 en 12 is de benodigde hoeveelheid energie voor de productie tussen de 8 en 12%. Voor een doublet dat 5 MWth produceert is dat tussen 0.40 en 0.60 MW

Eneco: Om aardwarmte te gebruiken wordt er geen apart aardwarmtenet aangelegd, maar wordt de aardwarmtebron aangesloten worden op het bestaande stadswarmtenet. Met het aardwarmteproject verwachten de initiatiefnemers genoeg warmte te produceren  om ongeveer 3.000 huishoudens duurzame warmte te leveren.

Op dit moment worden ruim 50.000 woningen en bedrijven verwarmd met stadswarmte in Utrecht en Nieuwegein, de komst van aardwarmte verandert niets aan het aantal huishoudens dat stadswarmte heeft, het zorgt er alleen voor dat de warmte duurzamer is.
 

Nee, wij zien vooralsnog geen verband tussen aardwarmte en de huizenprijzen.

Warmtebron Utrecht: De onderzoeken die het SodM beoordeelt zijn locatie-specifiek en onderdeel van de vergunningenprocedure waarvoor een specifieke locatie vereist is.

Warmtebron Utrecht: De voornaamste factor dat de levensduur van een put negatief kan beïnvloeden is een combinatie van corrosie- en erosie van de casings. De eerste geothermieputten in Nederland werden niet altijd geëxploiteerd met de kennis die we nu hebben om corrosie te beperken. Dit heeft ervoor gezorgd dat deze casings mogelijk niet de beoogde ontwerplevensduur van dertig jaar halen, en eerder reparaties moeten worden uitgevoerd. 

Tegenwoordig zijn meerdere strategieën om corrosie-erosie te voorkomen. Zoals het toepassen van corrosie-remmers (consequent en rekening houdend met het productiedebiet), corrosie-bestendige materialen (composiet of chroom) en het toepassen van een vervangbare liners. Het correct toepassen van deze methodes zal zorgen voor een lange levensduur (minimaal) van dertig jaar. De ervaringen uit het verleden worden door de sector gebruikt om tot verbeterde putontwerpen te komen.

Warmtebron Utrecht: 

Naast publieke kennisinstellingen als TNO en de Universiteit Utrecht maken ook marktpartijen zoals ENGIE en Huisman Geo deel uit van het Lean-consortium. Alle organisaties leveren hun eigen specifieke bijdrage aan dit onderzoeksproject. TNO en de universiteit bijvoorbeeld op het gebied van kennis en onderzoek. Naast een brede blik op het ontwikkelen van energieprojecten heeft ENGIE ook de nodige ervaring met aardwarmte vanuit het Franse moederbedrijf. Huisman Geo levert technische kennis en ervaring met betrekking tot boringen in binnen- en buitenland. EBN deelt zijn kennis over de Nederlandse ondergrond vanuit de olie- en gaswinning binnen de aardwarmtesector. IF Technology draagt als één van de meest ervaren bureaus in Nederland bij aan de analyse van de ondergrond. Well Engineering Partners is verantwoordelijk voor de engineering van het ondergrondse gedeelte van het project. En tenslotte Eneco, zij zijn de potentiële afnemer van de aardwarmte en eigenaar van het Utrechtse warmtenet voor stadswarmte.

Als we ervan uitgaan dat het onderzoeksproject Lean aantoont dat aardwarmtewinning mogelijk is in de provincie Utrecht, dan is het Lean consortium eigenaar van de warmte die uit de bodem wordt gehaald. De warmte gaat via de warmtewisselaar over op het transportwater van de stadsverwarming en het aardwarmtewater gaat weer terug de bodem in. De warmte wordt vervolgens afgenomen door Eneco voor gebruik in het warmtenet. 

Warmtebron Utrecht: WBU is voldoende kapitaalkrachtig om aan al haar aangegane verplichtingen te voldoen. Mocht er tijdens de realisatie schade worden veroorzaakt die aan WBU is toe te kennen, dan zullen we dat in alle redelijkheid en billijkheid vergoeden dan wel corrigeren volgens de dan geldende wet- en regelgeving.

Warmtebron Utrecht: Voor het opsporen van aardwarmte heb je net als bij andere delfstoffen op grond van de Mijnbouwwet meerdere vergunningen nodig. Om te beginnen een opsporingsvergunning. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft deze aan ENGIE verleend.

Daarmee heeft ENGIE voor Warmtebron Utrecht gedurende vijf jaar het alleenrecht om opsporingsactiviteiten uit te voeren. Om alle zaken rond vergunningen, procedures en inspraakmomenten inzichtelijke te maken heeft Warmtebron Utrecht al die informatie in dit artikel op een rij gezet. Van begin tot eind. Dus vanaf de allereerste verkenning tot aan het sluiten van het doublet aan het einde van de winningsperiode. Deze informatie is ook beschikbaar als folder die je kunt downloaden.

Ja, daar wordt aan gewerkt. Dit is een onderdeel van de transitievisie warmte. Deze zal in 2021 gereed zijn.

Inderdaad, een warmtewisselaar is één van de opties.  Op dit moment werkt de gemeente aan de transitievisie warmte. In deze visie wordt per wijk in beeld gebracht wat voor de toekomst de beste warmte-oplossing is. Dit is onder meer afhankelijk van de leeftijd en het type woningen in de wijk. In sommige wijken kan een warmtenet een optimale oplossing zijn, in andere helemaal niet. Daar zijn bijvoorbeeld per woning elektrisch aangedreven warmtepompen nodig of andere oplossingen. Dat moet eerst onderzocht; in 2021 is dit onderzoek gereed.

Warmtebron Utrecht brengt voor het project LEAN voor alle fasen de risico’s in beeld en maakt een plan voor hoe deze te beheersen en te monitoren. In opdracht van het bevoegd gezag, het ministerie van EZK, toetst het Staatstoezicht op de Mijnen dit plan en ziet toe op de naleving. Over de wijze waarop de gemeente en inwoners worden geïnformeerd worden nog nader afspraken gemaakt. 

Eigenaren van koopwoningen mogen altijd zelf beslissen of ze warmte willen ontvangen via een warmtenet. Voor huurwoningen die zijn aangesloten op een warmtenet geldt over het algemeen wel een verplichting. 

De uitkomsten van de bewonersparticipatie vormen voor college en raad belangrijke inputs om de benodigde besluiten te kunnen nemen. Op basis van een zorgvuldige afweging van alle belangen, zal het college van B&W een besluit nemen over het vervolg. College heeft als standpunt dat het onderzoek naar aardwarmte belangrijk voor het verduurzamen van de stadswarmte, maar dat het veilig moet gebeuren. 

Warmtebron Utrecht en gemeente onderzoeken de mogelijkheden van aardwarmte en de haalbaaarheid van verschillende locaties. De afweging naar de mogelijkheden voor aardwarmte willen we nadrukkelijk samen met de stad maken. Daarvoor willen we zoveel mogelijk vragen beantwoorden en weten wat u belangrijk vindt, zodat we uiteindelijk als college van B&W een zorgvuldige afweging kunnen maken voor de besluitvorming die nog moet plaatsvinden. Daarvoor zijn diverse gespreksmomenten georganiseerd. Tijdens Bij de introductie van het aardwarmte-initiatief in 2019, via het Citisens-onderzoek medio afgelopen juli 2020 en tijdens de Nieuwegeinse Warmteweken hebben de gemeente en WBU zeer veel reacties en aandachtspunten opgehaald. Wij hebben daarmee een goed beeld gekregen van wat er leeft. Ook zien we dat er zorgen zijn over of de aardwarmtewinning veilig is. De gemeente en WBU hebben als voorwaarde gesteld dat het veilig en maatschappelijk verantwoord moet zijn. De gemeente gaat zich nu beraden op verdere vervolgstappen en zal mede op basis van alle reacties een standpunt innemen. Over de verdere mogelijkheden om uw mening te geven zullen wij u nader informeren. Zorgvuldigheid en een goed proces met de omgeving blijft gedurende het hele traject cruciaal. Uiteindelijk zal ook de raad een besluit moeten nemen waar ook de gebruikelijke inspreekmogelijkheden zijn voor inwoners. Ook bij de vergunningverlening zult u nog uw mening (zienswijze) kunnen geven op de ontwerpvergunningen.

Warmtebron Utrecht: Er is een verschil tussen formele inspraak met een zienswijzeprocedure en een traject met bewonersparticipatie. Voor Warmtebron Utrecht is het belangrijk ruim voor de vergunningsaanvraag zicht te hebben op de vragen, zorgen en behoeften. Zo hebben we voldoende tijd om op een goede en zorgvuldige manier aan de slag te gaan met de zaken die voor bewoners van belang zijn.

Daarnaast is er een officiële procedure die pas ingaat bij het aanvragen van een vergunning en die formele procedure vindt pas later in het proces plaats. Hierbij zullen de mogelijkheden tot bezwaar ook duidelijk gecommuniceerd worden. Voor meer informatie over vergunningen, inspraak en procedures zie https://ucarecdn.com/d3262d28-32bd-4543-b98c-258f1c5c839c/warmtebron_folder_vergunningen_versie_oktober-2020.pdf

Binnenkort neemt het college een besluit over het vervolgproces. Daarvoor zullen de opbrengsten uit de Warmteweken worden meegenomen voor de verdere keuzes en afwegingen. Voorwaarde van het college blijft dat aardwarmtewinning veilig en maatschappelijk verantwoord moet zijn.

Op het moment dat de gemeenteraad positief besluit over een definitieve verhuurovereenkomst voor een locatie geeft de gemeente toestemming voor het gebruik van de grond onder bepaalde voorwaarden. Uiteraard is een voorwaarde dat vergunning van EZK verleend wordt, waarmee ook de veiligheid is geborgd. Echter, zo ver is de gemeente nog niet in het proces.

Daarbij moet de Raad in het kader van de vergunningverlening een verklaring van geen bedenking afgeven. Vervolgens is het aan de initiatiefnemer vrij om onder het stringente toezicht van EZK en SodM op de betreffende locatie een boring te gaan voorbereiden en verrichten.

Het ministerie van EZK en namens het ministerie, het SodM, houden er krachtens de mijnbouwwet toezicht op dat de boring grondig wordt voorbereid en veilig gebeurt. Pas als alle vereiste vergunningen en toestemmingen binnen zijn, kan het boren starten. Tenzij de grond eigendom is van de gemeente en dit vooraf in de huurovereenkomst is bepaald, is de gemeente in deze beslissing geen partij.

Warmtebron Utrecht: Inwoners kunnen op verschillende manieren betrokken zijn bij het onderzoek. Sommige bewoners willen op de hoogte blijven van de voortgang en krijgen af en toe een mail met nieuwsberichten en updates. Daar krijgen wij dan ook reacties, vragen of aanvullingen op.

Andere bewoners hebben aangegeven graag aan het werk te gaan met specifieke onderwerpen als flora en fauna of de totstandkoming van een schadeprotocol. Voor ons dat erg nuttig en belangrijk om tot goede vervolgstappen te komen. Als er vragen of specifieke behoeftes zijn kunnen bewoners zich altijd via www.warmtebron.nu melden en gaan we in gesprek. 

Warmtebron Utrecht: Welke informatie er gedeeld moet worden, staat goed omschreven op nlog.nl. Daarnaast kan ook alle documentatie over boringen gevonden worden op nlog.nl.

Warmtebron Utrecht: De Coefficient of Performance (COP) is gedefinieerd als de hoeveelheid geproduceerde gedeeld door de hoeveelheid voor de productie benodigde energie. Er wordt hier uitgegaan van een COP 8 en 12. Dit betekent dat voor iedere geproduceerde megawatt energie er tussen de 0,0125 à 0,083 megawatt energie nodigs is voor het aandrijven van de pompen. 

Dit is afhankelijk van veel factoren zoals het ontwerp van de productie- en injectieput, de dikte en diepte van de gesteentelaag, de permeabiliteit en de temperatuur. Uitgaande van een conservatieve COP van tussen de 8 en 12 is de benodigde hoeveelheid energie voor de productie tussen de 8 en 12%. Voor een doublet dat 5 MWth produceert is dat tussen 0.40 en 0.60 MW

Warmtebron Utrecht: Dat zal niet gebeuren.

Warmtebron Utrecht: De uiteindelijke situatie is nog niet bepaald. Wat er op de locatie komt is het pomp- en installatiegebouw, twee puthoofden (wellheads) en een aantal leidingen. Dit terrein krijgt een omheining.

De puthoofden kunnen mogelijk ook worden weggewerkt onder het maaiveld. Qua dimensies heeft WBU een gebouw nodig van ongeveer 20 x 30 meter van een verdieping hoog om alle benodigdheden onder te kunnen brengen. De uiteindelijke inpassing in de omgeving zal door Warmtebron Utrecht meegenomen in het gesprek met de omgeving.

Warmtebron Utrecht: Er zijn op dit moment 24 locaties in ons land waar aardwarmte wordt gewonnen, op 20 locaties zijn projecten in voorbereiding en voor 15 locaties zijn er plannen. Hier vindt u de locaties.https://allesoveraardwarmte.nl/aardwarmtewinning-locaties/

 

Warmtebron Utrecht: Er zullen periodiek metingen verricht worden om de staat van de buizen goed in de gaten te houden. Mocht de binnenste buis in een dusdanig slechte staat zijn dan kan die vervangen worden of kan het beschadigde stuk bedekt worden.  Door middel van een goed ontwerp voor de putten is het mogelijk om meerdere methodes (materiaalkeuze, anti-corrosie maatregelen, dubbele verbuizing) in te zetten om te voorkomen dat het ooit tot een lekkage komt.

Warmtebron Utrecht: Voor casings wordt normaal gesproken minimaal 1% chroomgehalte gehanteerd. Het verder verhogen van het chroomgehalte is afhankelijk van de temperatuur, de concentratie van opgelost zout en de partiële druk CO2 (maat van opgelost CO2) van het formatiewater. Dit zal worden geëvalueerd in het gedetailleerde ontwerp van de putten.  

Warmtebron Utrecht: 

Er bestaan in basis twee typen boorvloeistoffen, vloeistoffen op waterbasis (water based mud (WBM)) en vloeistoffen op oliebasis (oil based mud (OBM)). Het plan van Warmtebron Utrecht is om voor het onderzoeksproject Lean alleen boorvloeistoffen op waterbasis te gebruiken. De voorkeur gaat uit naar Pure-Bore®: een nieuw milieuveilig en niet-schadelijk boorvloeistofsysteem dat gebruikt kan worden in een breed scala aan boringen en putoperaties.

Het product is CEFAS-geregistreerd (Centre for Environment, Fisheries and Aquaculture Science) en erkend als natuurlijke, biologisch afbreekbare boorvloeistof. Pure-Bore boorvloeistof is gebaseerd op gemodificeerd aardappelzetmeel dat het gunstige pseudoplastische eigenschappen geeft. Om tijdens het boren het opzwellen van kleilagen langs de boorgatwand te voorkomen wordt Kalium Chloride (KCL) en Natrium Chloride (NaCL) toegevoegd. Alle toevoegingen moeten voldoen aan de REACH-verordening.

 

Warmtebron Utrecht: De boortoren is uitgerust met elektrische motoren.

Warmtebron Utrecht: Eerder onderzoek is minder grondig geweest dan het huidige. Het oude onderzoek heeft alleen naar de permeabiliteit zoals aangetroffen in gesteenten van een beperkte hoeveelheid boringen gekeken. Over deze analyse verschillen we ook niet van mening met het eerdere onderzoek: de permeabiliteit ligt rond de 50-60 mD. Wat het nieuwe onderzoek op basis van analyse van de beschikbare seismiek en de daaruit voortkomende inzichten in het structureel geologische geschiedenis, heeft opgeleverd is dat de verwachte permeabiliteit op grotere diepte waarschijnlijk even goed is als die op geringere diepte.

Dit, gecombineerd met de hogere temperatuur op grotere diepte, zorgt ervoor dat we van mening zijn dat een geothermieproject op deze locatie rendabel kan zijn. Een uitgebreide toelichting op de verwachte permeabiliteit is terug te vinden in de Samenvatting van het Geologisch Rapport, zoals beschikbaar op https://warmtebron.nu/nieuws/2020/samenvatting-geologisch-rapport-tno-en-universiteit-van-utrecht-voor-onderzoeksproject-lean/

Warmtebron Utrecht: Tijdens de productietest is er naar verwachting ca. 1.000 – 1.300 m3 aan vloeistofopslagcapaciteit nodig. Dit kan door middel van het gebruik van een bassin, of meerdere mobiele (gesloten) vloeistofopslagtanks. Het proceswater kan na filtratie terug geïnjecteerd worden, of als afvalwater met een hoog zoutgehalte worden verwerkt.

Wanneer er tijdens de productietest licht radioactieve deeltjes mee naar boven komen, dan zal dat onder leiding van ‘NORM’ gecertificeerd personeel aan het oppervlak uit het water worden gehaald en worden afgevoerd naar de Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (COVRA).

Warmtebron Utrecht: Eerder onderzoek is minder grondig geweest dan het huidige. Het oude onderzoek heeft alleen naar de permeabiliteit zoals aangetroffen in gesteenten van een beperkte hoeveelheid boringen gekeken. Over deze analyse verschillen we ook niet van mening met het eerdere onderzoek: de permeabiliteit ligt rond de 50-60 mD.

Wat het nieuwe onderzoek op basis van analyse van de beschikbare seismiek en de daaruit voortkomende inzichten in het structureel geologische geschiedenis, heeft opgeleverd is dat de verwachte permeabiliteit op grotere diepte waarschijnlijk even goed is als die op geringere diepte. Dit, gecombineerd met de hogere temperatuur op grotere diepte, zorgt ervoor dat we van mening zijn dat een geothermieproject op deze locatie rendabel kan zijn. Een uitgebreide toelichting op de verwachte permeabiliteit is terug te vinden in de Samenvatting van het Geologisch Rapport, zoals beschikbaar op https://warmtebron.nu/nieuws/2020/samenvatting-geologisch-rapport-tno-en-universiteit-van-utrecht-voor-onderzoeksproject-lean/

Warmtebron Utrecht: Als er een locatie gekozen wordt kan er voorafgaand aan de boringen een nulmeting gedaan kunnen worden. Deze informatie zal dan als open data gedeeld worden. Over hoe dit gedaan zal worden zijn nog geen afspraken gemaakt. Dit zou bijvoorbeeld via de gemeente of ICO Aardwarmte kunnen gebeuren.

Warmtebron Utrecht: De twee termen betekenen hetzelfde. Hydraulische stimulatie en fracking worden niet overwogen in dit project.

Warmtebron Utrecht: Op een termijn van tientallen tot tienduizenden jaren is de diepe ondergrond onder Nieuwegein op ~>1000 meter diepte als statisch te beschouwen.

Warmtebron Utrecht: De risico’s bij eerdere vergelijkbare geothermieprojecten die in binnen-en buitenland zijn geconstateerd gelden voor alle geothermieprojecten, bij kassen als in woongebieden. Zie voor risico’s: https://allesoveraardwarmte.nl/veiligheid/.

Bij Lean vermijden we het boren in actieve breuken en maken we gebruik van een doorlatende zandsteen grondlaag (het Rotliegend). Er wordt altijd rekening gehouden met het aspect seismische activiteit bij het ontwerp van de put en de locatiekeuze middels een risicoanalyse. SodM controleert de gegevens en het ontwerp voorafgaand aan een mogelijke boring.

Warmtebron Utrecht: Rondom de injectieput koelt het gesteente af van de oorspronkelijke naar de injectietemperatuur. Naarmate de tijd vordert ontstaat een bel van afgekoeld water (en gesteente) rondom de injectieput. Deze wordt weliswaar ook weer opgewarmd door het omringende warme water en gesteente, maar het netto effect is afkoeling. 

Omdat materie krimpt bij afkoeling zal het reservoir ook iets krimpen. De krimp van het gesteente en daaruit voortkomende bodemdaling zijn met modellen te berekenen. Een recent artikel komt uit op een mogelijke daling van 17 millimeter na 100 jaar aardwarmtewinning onder voor Nederland representatieve omstandigheden. Dit is bijzonder weinig in vergelijking tot andere processen, zoals natuurlijke processen (inklinking, depositie van plantenresten) en menselijk handelen zoals grondwaterbeheer en drinkwaterwinning. Bodemdaling door geothermie is daarom niet te verwachten en zeker niet in die mate dat het merkbaar is.

Warmtebron Utrecht: Voor een aardwarmte-installatie heb je twee putten nodig. Een zogenoemde productieput waarmee je het warme water oppompt en een tweede (injectie)put waarmee je afgekoelde water weer terugbrengt naar dezelfde aardlaag waar het weer opwarmt. Beide putten samen noem je een ‘doublet’. 

Bij de 24 doubletten die Nederland op dit moment telt, zijn alleen in het Limburgse Grubbenvorst mogelijk aardbevingen opgetreden door geothermie. Hier werd in een breukgebied geboord om gebruik te maken van de doorlatendheid van die breuken. In de ondergrond zijn van nature allerlei breukvlakken aanwezig. Tijdens het boren naar aardwarmte kan zo’n breukvlak als het ware ‘geactiveerd’ worden en dat kan leiden tot een trilling of aardbeving. De krachten die worden uitgeoefend tijdens het boren zijn van zichzelf zo klein, dat de kans dat dit tot een voelbare aardbeving leidt erg klein is. Bij Lean vermijden we het boren in actieve breuken en maken we gebruik van een doorlatende zandsteen grondlaag (het Rotliegend). 

Er wordt altijd rekening gehouden met het aspect seismische activiteit bij het ontwerp van de put en de locatiekeuze middels een risicoanalyse. SodM controleert de gegevens en het ontwerp voorafgaand aan een mogelijke boring.

 

Warmtebron Utrecht: Voor casings wordt normaal gesproken minimaal 1% chroomgehalte gehanteerd. Het verder verhogen van het chroomgehalte is afhankelijk van de temperatuur, de concentratie van opgelost zout en de partiële druk CO2 (maat van opgelost CO2) van het formatiewater. Dit zal worden geëvalueerd in het gedetailleerde ontwerp van de putten.  

Warmtebron Utrecht: Hoe minimaal de kans op schade ook is, dit valt niet 100 procent uit te sluiten. Met behulp van een gedragen schadeprotocol wil Warmtebron Utrecht bewoners, bedrijven en de gemeente voldoende vertrouwen geven in het vervolg van het onderzoek. Ook voor Warmtebron geldt dat veiligheid in alle gevallen voorop staat. Net als elke aannemer of elk bouwbedrijf is en blijft ook Warmtebron Utrecht aansprakelijk voor schade die ontstaat tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Deze wordt uiteraard adequaat opgelost.

Minister Wiebes van EZK heeft in zijn kamerbrief over de voortgang van geothermie aangegeven dat hij aan een nadere vormgeving van het risicobeleid voor geothermie werkt. Tegen die achtergrond is hij met de sector in gesprek over het thema schadeafhandeling. In lijn met landelijke kaders en afspraken zal ook Warmtebron een protocol opstellen.

Warmtebron Utrecht: Een goedwerkende aardwarmtebron levert tientallen jaren een continue hoeveelheid warm water. Aardwarmte is daardoor een voorspelbare en betrouwbare warmtebron. Voor wat betreft het grondwaterpeil geldt dat bij aardwarmte in tegenstelling tot de gaswinning geen volume wordt onttrokken aan de ondergrond. Het water dat uit het reservoir wordt gepompt, wordt aan de andere kant meteen weer in dezelfde aardlaag geïnjecteerd. Het volumeverschil is op deze manier minimaal.

Warmtebron Utrecht: Ondergronds liggen de twee bronnen zo’n anderhalve kilometer uit elkaar. De boringen zullen echter niet doorgaan als het risico van seismiciteit (trillingen/aardbevingen) te groot is.

Warmtebron Utrecht: Met boringsvrije zones wordt de kwaliteit van het drinkwater beschermd. Hierover heeft in het voortraject van het onderzoeksproject Lean uitvoerig overleg plaatsgevonden met partijen als Waternet en Vitens. Hier hebben we al eerder over gepubliceerd en het verslag vindt u hier. De locaties die nu nog in beeld zijn voor het onderzoek naar aardwarmte, vallen daar uiteraard buiten. 
 

Warmtebron Utrecht: Voor ons geldt dat veiligheid in alle gevallen voorop staat. Net als elke aannemer of elk bouwbedrijf is en blijft ook Warmtebron Utrecht aansprakelijk voor schade die ontstaat tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Deze wordt uiteraard adequaat opgelost. Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft in zijn kamerbrief over de voortgang van geothermie aangegeven dat hij aan een nadere vormgeving van het risicobeleid voor geothermie werkt.

Tegen die achtergrond is hij met de sector in gesprek over het thema schadeafhandeling. In lijn met landelijke kaders en afspraken willen we ook een protocol opstellen dat bewoners, bedrijven en gemeente vertrouwen geeft in het vervolg van het onderzoek. Daarnaast is in de zomer van dit jaar de Commissie Mijnbouwschade in het leven geroepen om particulieren of micro-ondernemers te ondersteunen bij het omgaan met mijnbouwschade. Mogelijk kan dit als blauwdruk dienen voor aardwarmteprojecten.   

Warmtebron Utrecht: De kans op schade door het boren naar of de winning van aardwarmte is verwaarloosbaar klein. In geen van de aardwarmteprojecten in Nederland is er schade ontstaan door de boring of winning. Wij brengen de risico’s in de verschillende fases van het project in kaart en voeren diverse risicoanalyses uit. Een aantal van die analyses zijn verplicht en moeten worden ingediend bij de SodM.

Denk hierbij aan algemene projectrisico’s, seismische risico’s, risico’s tijdens de boring, risico’s tijdens de productie, koolwaterstofrisico’s en werkveiligheidsrisico’s. In kwantitatieve risicoanalyses (QRA) zetten we de eigenschappen van de risicovolle activiteit af tegen de eigenschappen van de omgeving, waarbij in het bijzonder de aanwezigheid van personen in beeld wordt gebracht.

Warmtebron Utrecht: 

Tijdens het installeren van de boorinstallatie wordt het materiaal door 30 tot 40 vrachtwagens aangevoerd. Dit transport wordt verdeeld over een dag of vier en op de dag zit er minimaal een half uur tussen. Het aan- en afvoeren van materiaal vindt alleen overdag plaats en tijdens de installatie zijn er een hijskraan en een heftruck op locatie voor het verplaatsen van het materiaal. 

 

Na het aan- en afvoeren van het materiaal gaan de werkzaamheden op de locatie ook in de avond en ’s nacht door. Hiervoor wordt een gedetailleerd plan opgesteld. Voor het boren in de stedelijke omgeving wordt een vrij slanke en relatief lage toren gebruikt met stille elektromotoren. Afhankelijk van de exacte locatie en wat de boor in de ondergrond tegenkomt, duurt het boren van een put voor het onderzoeksproject Lean naar verwachting zo’n 30 tot 50 dagen. De werkzaamheden gaan dag en nacht door. Tijdens de boorwerkzaamheden wordt er 24/7 gewerkt en zal gemiddeld 1 vrachtwagen per dag materiaal aan- en/of afvoeren. 

Tijdens de werkzaamheden voldoen we aan alle geldende normen voor geluid en licht. Tijdens het verwijderen van de boorinstallatie vind de installatieprocedure zoals hierboven beschreven in omgekeerde volgorde plaats. Van geuroverlast zal geen sprake zijn en voor wat betreft het geluid zijn we gebonden aan de wettelijke voorschriften. Uiteraard doen we al het mogelijke om overlast in welke vorm dan ook tot een absoluut minimum te beperken.

Warmtebron Utrecht: 

Om te beginnen verschillen de mogelijke risico’s voor aardbevingen per locatie in Nederland enorm. Zo komt in het Zuidoosten van Nederland van nature seismische activiteit in de vorm van lichte trillingen voor. Op andere plekken zit minder spanning in de ondergrond en is de kans om daar een beving op te wekken met het winnen van aardwarmte relatief klein. Toch kun je dat nooit voor 100 procent uitsluiten.

Bij de 24 doubletten die Nederland op dit moment telt, zijn alleen in het Limburgse Grubbenvorst mogelijk aardbevingen opgetreden door geothermie. Hier werd in een breukgebied geboord om gebruik te maken van de doorlatendheid van die breuken. In de ondergrond zijn van nature allerlei breukvlakken aanwezig. Tijdens het produceren of injecteren van aardwarmte kan zo’n breukvlak als het ware ‘geactiveerd’ worden en dat kan leiden tot een trilling of aardbeving. De krachten die worden uitgeoefend tijdens het boren zijn van zichzelf zo klein, dat de kans dat dit tot een voelbare aardbeving leidt erg klein is. Bij Lean vermijden we het boren in breuken en maken we gebruik van een doorlatende zandsteen grondlaag (het Rotliegend). Er wordt altijd rekening gehouden met het aspect seismische activiteit bij het ontwerp van de put en de locatiekeuze middels een risicoanalyse. SodM controleert de gegevens en het ontwerp voorafgaand aan een mogelijke boring.

Warmtebron Utrecht: Wij brengen de risico’s in de verschillende fases van het project in kaart en voeren diverse risicoanalyses uit. Een aantal van die analyses zijn verplicht en moeten worden ingediend bij de SodM. Denk hierbij aan algemene projectrisico’s, seismische risico’s, risico’s tijdens de boring, risico’s tijdens de productie, koolwaterstofrisico’s en werkveiligheidsrisico’s.

In kwantitatieve risicoanalyses (QRA) zetten we de eigenschappen van de risicovolle activiteit af tegen de eigenschappen van de omgeving, waarbij in het bijzonder de aanwezigheid van personen in beeld wordt gebracht. In de huidige onderzoeksfase zijn vooral bezig met deskresearch en op de locaties de bovengrondse situaties bekijken.Zie ook: https://warmtebron.nu/nieuws/2020/hoe-breng-je-met-een-haalbaarheidsstudie-geschikte-locaties-in-beeld/

Warmtebron Utrecht: Er is voor aardwarmte winning geen fracking nodig. Fracking of hydraulisch stimuleren is een techniek die wordt toegepast als het gesteente te weinig mogelijkheden biedt voor de stroming van water. De doorlaatbaarheid van het gesteente is het onderzoeksdoel van Lean, mocht blijken dat het gesteente niet doorlaatbaar genoeg is, dan zal het project stoppen. In geen geval zal er gebruik gemaakt worden van fracken.

Warmtebron Utrecht: De gemeente Utrecht en Nieuwegein willen zo snel mogelijk klimaatneutraal zijn. Dat wil zeggen dat er energie bespaard wordt en energie opgewekt wordt met duurzame energiebronnen. Op den duur wordt, net als in de rest van NL, gestopt met het gebruik van aardgas om de uitstoot van CO2 te beperken.

Eneco wil op haar beurt duurzame energie voor iedereen realiseren en heel Nederland helpen omschakelen. Delen van Utrecht en Nieuwegein zijn aangesloten op het stadswarmtenet. Dit warmtenet vormt juist een belangrijk alternatief voor gas. Het warmtenet wordt steeds verder verduurzaamd (zie ‘routekaart verduurzaming’ in de presentatie). Aardwarmte vormt daarin een essentiële stap.

Warmtebron Utrecht: De volgende drie locaties zijn nog in beeld: Tramremise West en Hoek Zuidstede in Nieuwegein en de Nedereindseweg in Rijnenburg (gemeente Utrecht)

Warmtebron Utrecht: Er is geen risicoanalyse uitgevoerd door een onafhankelijke partij. De risicoanalyses voor bijvoorbeeld externe veiligheid en seismiciteit worden echter wel getoetst door onafhankelijke partijen zoals SodM.

Warmtebron Utrecht: Het publiek-private Lean-consortium heeft het doel om een gedegen manier aan te tonen dat er aardwarmte gewonnen en toegepast kan worden en dat dit op een veilige verantwoorde manier mogelijk is. Dit wordt getoetst door bevoegd gezag en toezichtsorganen.

Warmtebron Utrecht: Geothermie kan op relatief hoge temperatuur leveren. Dat betekent dat in de woning minder kosten gemaakt hoeven worden en daarom is dit een bron waar veel gemeenten in Nederland naar kijken. Het bevindt zich in de onderzoeksfase.

Warmtebron Utrecht: Hoe dieper in de aarde, hoe warmer het wordt. Met iedere kilometer diepte stijgt de temperatuur met ongeveer 30°C. Op een diepte van 5 kilometer diepte met 150 °C ver boven het kookpunt van water. Als je water vanaf het aardoppervlak naar die diepte pompt, komt er dus stoom terug. Die stoom kunnen we gebruiken voor de opwekking van elektriciteit.

Als in de zomermaanden de vraag naar warmte afneemt, dan kun je het ‘overschot’ aan warmte ook omzetten naar stroom. Dat maakt het potentieel van deze bron superinteressant voor de overstap naar duurzame energiebronnen. Dit wordt onderzocht met het Utrechtse onderzoeksproject Goud. Er zijn ook alternatieven om stroom op te wekken met temperaturen onder de 100 graden, daarbij is het rendement echter maar zo’n 5 á 10%.

Warmtebron Utrecht: Nee, dat is niet mogelijk.

Warmtebron Utrecht: Dat doen we ook. In Utrecht maakt de biowarmteinstallatie (BWI - 60MWth) duurzame warmte. We hebben alleen meer bronnen nodig om de totale warmtevraag te verduurzamen. De gemeente Utrecht en Nieuwegein willen zo snel mogelijk klimaatneutraal zijn. Dat wil zeggen dat er energie bespaard wordt en energie opgewekt wordt met duurzame energiebronnen. Op den duur wordt, net als in de rest van NL, gestopt met het gebruik van aardgas.

Eneco wil op haar beurt duurzame energie voor iedereen realiseren en heel Nederland helpen omschakelen. Delen van Utrecht en Nieuwegein zijn aangesloten op het stadswarmtenet. Dit warmtenet vormt juist een belangrijk alternatief voor gas. Het warmtenet wordt steeds verder verduurzaamd (zie ‘routekaart verduurzaming’ in de presentatie). Aardwarmte vormt daarin een essentiële stap.

Warmtebron Utrecht: Aardwarmte kan worden beschouwd als laag, midden of hoog temperatuur warmte. In het geval van Lean gaan we uit van zo’n 85 graden warmte. Alternatieven zijn restwarmte uit de industrie of afvalverbranding. Dit is veelal hoge temperatuur warmte. Daarnaast kennen we elektrische energie of warmte uit biomassa of energie uit wind en zon. Lage temperatuur warmte is te genereren via grondwarmte- of luchtwarmtepompen en uit oppervlaktewater, riolering of drinkwaterleidingen (aquathermie).

Warmtebron Utrecht: Om het nut en de noodzaak van de warmtetransitie in een nationaal perspectief te kunnen plaatsen, hebben we deze en tal van andere vragen eerder al voorgelegd aan Mark Hooftman, Beleidscoördinator Geothermie bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Lees hier het volledige interview ‘Versterken en versnellen om van aardwarmte een veilig en volwaardig alternatief te maken’.

 

Warmtebron Utrecht: Uit ervaring weten we dat je met een kwalitatief hoogwaardig en robuust putontwerp en degelijk onderhoud de levensduur van een put aanzienlijk kunt verlengen. Voor een rendabele business case voor Lean gaan we met behulp van de SDE+ subsidie uit van terugverdientijd van 15 jaar. Of het de investering van zo’n 20 miljoen voor het onderzoeksconsortium waard is, kunnen we nu nog niet zeggen. Er moet namelijk nog een hoop onderzocht worden.

Zo kunnen we nu nog niet aangeven of uit de boringen naar voren zal komen of er genoeg aardwarmte uit de aardlaag op 2.700 meter diepte te winnen valt. Maar we willen dat wel graag onderzoeken en die verkenning van de mogelijkheden voor aardwarmte maakt het onderzoek waardevol voor de hele regio. Mocht blijken dat we met één aardwarmteput duizenden woningen duurzaam kunnen verwarmen, dan profiteren individuele afnemers maar ook bewoners die niet aangesloten zijn op het warmtenet uiteindelijk van een schonere en gezondere leefomgeving.

Warmtebron Utrecht: Met een of twee zonnepanelen kun je elektriciteit produceren voor een (klein) deel van de elektriciteitsvraag van een huishouden. Dat is een mooie stap in de verduurzaming van je woning, maar die produceren geen warmte. Er zijn weliswaar solar-thermische panelen (die warmte maken), maar die produceren nu juist warmte in seizoen dat je geen/veel minder warmte nodig hebt, namelijk in de zomer. Daarnaast zou je een veld ter grootte van – bij wijze van spreken - heel Nieuwegein plus Utrecht nodig hebben om de benodigde hoeveelheid warmte te maken. Vandaar dat we kijken naar technologieën die beter scoren op het vlak duurzaamheid, betaalbaarheid en leveringszekerheid. Aardwarmte of geothermie is daar een van.

 

Warmtebron Utrecht: Door het aanvullende geologisch onderzoek dat uitgevoerd is door TNO en de Universiteit van Utrecht op basis van eerdere data weten we inmiddels best veel over de diepe ondergrond onder Utrecht en Nieuwegein. Het ‘onbekende gedeelte’ is dat Warmtebron Utrecht met het project Lean wil onderzoeken wat de doorlaatbaarheid is van de ondergrondse zandsteenlaag (Rotliegend) op een diepte van zo’n 2.700 meter. Daar hebben we tot nu toe maar één datapunt voor, de Jutphaas-boring onder Galecop. Vanwege de potentie en de aanwezigheid van een groot warmtenet zou aardwarmte voor Utrecht en Nieuwegein uiteraard een zeer interessant en duurzaam alternatief kunnen zijn voor het gebruik van aardgas. Maar of dat geologisch ook haalbaar is zal eerst onderzocht moeten worden. Dus dat Nieuwegein al ‘over is’ lijkt een te vroege en daardoor onjuiste conclusie

Warmtebron Utrecht: De Tramremise West is nog steeds een technisch uitdagende locatie om vanaf deze plek de ondergrondse doelgebied te boren, maar Galecopperdijk ligt zo ver weg van het ondergrondse target dat dit niet technisch niet te boren is. De ondergrondse targets die uit geologisch oogpunt uitgezocht zijn liggen namelijk ten zuiden van deze twee locaties en niet verticaal onder de locaties.

Warmtebron Utrecht: De belangrijkste reden dat we in de bebouwde omgeving naar aardwarmte zoeken is dat we de warmte die daar mogelijk te winnen valt direct aan de warmtevraag kunnen koppelen via het warmtenet. Aardwarmte wordt bij voorkeur gewonnen in de omgeving waar de warmte ook wordt gebruikt, aangezien je deze niet over (grote) afstanden wil vervoeren. Via de ondergrond, in verband met lange complexe, risicovolle en kostbare putten, of via de bovengrond, met lange complexe en kostbare warmtenetwerken waarvan de aanleg voor veel overlast en ook aanvullende risico’s zal zorgen. Daarnaast brengen langere afstanden ook meer verliezen met zich mee, zowel wat betreft temperatuur als wat betreft druk. Deze aspecten tasten zowel de duurzaamheid als de economische kant van het project aan. Daarom is het belangrijk dat de bovengrondse warmtevraag goed aansluit op het ondergrondse aanbod en andersom. Uiteraard geldt dat er alleen geboord gaat worden als vaststaat dat het veilig en verantwoord mogelijk is. Voor Warmtebron Utrecht staat veiligheid voorop.

Warmtebron Utrecht: Met een enkele aardwarmtebron kun je minimaal dertig jaar lang duizenden huishoudens van duurzame warmte voorzien waarbij nagenoeg CO2-uitstoot wordt uitgestoten. 

Eneco: Dit soort type boringen is eindig, na een periode van 30 jaar gaan de bronnen afnemen in vermogen. Hier zijn nog onvoldoende vaste meetdata voor, dat zal de tijd leren. Het is geen oplossing voor de langdurige toekomst maar wel een oplossing bij het inzetten van een mix van bronnen.

Warmtebron Utrecht: In het algemeen wordt er aangenomen dat een aardwarmte bron zo’n 30 jaar lang warmte kan produceren voordat er een geleidelijke afname van temperatuur plaatsvindt. In Parijs zijn er bronnen die al 40 jaar produceren. Daarnaast wordt in het technisch ontwerp rekening gehouden met een levensduur van +30 jaar. Met behulp van degelijk onderhoud, reparaties en vervangingen kan die levensduur van een doublet nog verlengd worden. 

Eneco: Eneco gebruikt voor biomassa regionale producten zoals tuinafval uit Nieuwegein. Daardoor is het een duurzame brandstof. Maar het is ook een transitiebrandstof; voor nu is het de snelste stap om te kunnen verduurzamen maar als er nieuwe bronnen bijkomen dan kunnen we ook weer afbouwen. Het aandeel van biomassa kan dan steeds kleiner worden.

Warmtebron Utrecht: Het maken van een aardwarmte-put kost enkele tientallen miljoenen. Het consortium Lean van Warmtebron Utrecht betaalt deze kosten.

Warmtebron Utrecht: Aardwarmte is één van de meest duurzame bronnen voor warmte is op dit moment. Maar alleen met de inzet van aardwarmte kunnen we het gebruik van aardgas voor de stadsverwarming niet vervangen. Daarvoor heb je ook andere duurzame bronnen nodig zoals bijvoorbeeld aquathermie. Gezien de potentie zou aardwarmte een belangrijk onderdeel kunnen worden van de energiemix van de toekomst.

Warmtebron Utrecht: Nee, met zowel het boren naar als het winnen van aardwarmte is men bekend in Nederland. Voor de olie- en gaswinning zijn in Nederland al meer dan 1.000 putten op een veilige wijze geboord en ook bij de talloze putten in het buitenland zijn geen trillingen opgetreden. Anders dan in het Limburgse Grubbenvorst waar doelbewust in zogenoemde breuklijnen werd geboord vanwege de doorlatendheid, blijven wij weg van dergelijke risico’s in de ondergrond. Zulke locaties zijn in het onderzoek afgevallen. Het ‘onbekende gedeelte’ is dat Warmtebron Utrecht met het project Lean wil onderzoeken wat de doorlaatbaarheid is van de ondergrondse zandsteenlaag op een diepte van zo’n 2.700 meter. 

Warmtebron Utrecht: Aardwarmte is energie die je uit de ondergrond kunt halen om huizen en gebouwen te verwarmen. Het grondwater in de aardlagen op een diepte van 2.700 meter heeft een temperatuur van zo’n 85 graden Celsius. Als je dat warme water oppompt, dan kun je daar de warmte uithalen. Het afgekoelde water pomp je weer in de bodem naar dezelfde aardlaag waar het weer opwarmt. Zo beschik je over een bron van energie die zichzelf hernieuwt. Via de leidingen van de stadsverwarming kun je de warmte vervolgens van de bron naar huizen en gebouwen brengen. Met het project Lean wil Warmtebron Utrecht, een consortium van onderzoeksinstituten en bedrijven, onderzoeken of aardwarmte mogelijkheden biedt voor het verduurzamen van de stadsverwarming van Eneco.

Cookie-instellingen